dip
Koop een koffie
Module 10 · Gezondheid & medicatie

Hulp bij mentale gezondheid. Wie regelt het, wie betaalt het?

By the dip team · Clinical consultant: Pauline Sam, MD ·

Alle leeftijden13 min lezen
Hulp bij mentale gezondheid. Wie regelt het, wie betaalt het?

Hulp bij mentale gezondheid. Wie regelt het, wie betaalt het?

Module 10 · Gezondheid & medicatie · Artikel 07 · Wave 3 · alle leeftijden


Je dochter is veertien. Ze heeft een zwaar jaar achter de rug. De school belde je twee maanden geleden, voorzichtig, met de suggestie dat ze er misschien baat bij zou hebben om met iemand te praten. Haar cijfers zijn gekelderd. Ze is afstandelijk geworden. Ze kreeg in oktober een paniekaanval op school, en dat heeft ze aan geen van jullie beiden verteld, totdat de ouder van een vriendin het liet vallen.

Je liet de informatie een paar dagen bezinken. Je sprak met je mede-ouder. Jullie waren het allebei eens: ja, ze moet iemand zien. De overeenstemming was warm. De uitvoering bleek lastiger.

Wie maakt de afspraak? Wie betaalt? Wie gaat er mee naar het eerste gesprek? Gaat ze via de huisarts of zoeken jullie iets particuliers? Wat als de eerste hulpverlener niet bij haar past? Reist ze tussen de huizen tijdens wat misschien een kwetsbare, stabiliserende fase is? Moet de school worden ingelicht?

Er zijn drie weken verstreken sinds het gesprek. Er is niets geregeld. Dat uitstel is op zichzelf al een soort prijs.

Dit artikel is voor het gesprek dat precies op dit punt vastloopt.

Waar dit artikel over gaat

Het principe is dit. Hulp bij mentale gezondheid voor een kind van gescheiden ouders heeft een paar eigenschappen die het lastiger maken om goed op te zetten dan hulp bij lichamelijke klachten. Het hulpverlenerslandschap is wisselender, de timing weegt zwaarder, de privacy is kwetsbaarder, en de kosten kunnen flink oplopen. Dat beide ouders bij het opzetgesprek in dezelfde kamer zitten, figuurlijk dan, is essentieel. Eenmaal opgezet moet de structuur het gat tussen de huizen kunnen overbruggen, zonder dat het kind zich klem voelt zitten tussen twee verschillende versies van zijn eigen zorg. Het werk zit niet in het kiezen van de juiste therapeut. Het zit in zorgen dat de structuur om die therapeut heen standhoudt.

Het artikel behandelt vijf dingen. Het opzetgesprek. Het hulpverlenerslandschap en goed kiezen. De kostenvraag. Het overbruggen van het gat tussen de huizen. En de lastigere situaties waarin één ouder er niet helemaal achter staat.

Eerst nog iets voor we verdergaan. Dit artikel gaat over het gangbare geval: een kind met tekenen van spanning, angst, somberheid, gedragsmoeilijkheden of zorgen rond de ontwikkeling die professionele hulp rechtvaardigen. Het gaat niet over acute crisis, zoals gedachten aan zelfdoding, zelfbeschadiging die direct ingrijpen vraagt, of ernstige eetstoornissen. Dat hoort bij Module 11, Nieuwe partners & samengestelde gezinnen, en vraagt om een dringende, gecoördineerde reactie onder leiding van professionals. Speelt dat wel? Bij acute zorgen om zelfdoding bel je 113 Zelfmoordpreventie, dag en nacht bereikbaar, via 113 of 0800-0113. Voor het kind zelf is er de Kindertelefoon, gratis en anoniem, via 0800-0432.

Het opzetgesprek

Voordat er één hulpverlener wordt benaderd, moeten jij en je mede-ouder op één lijn zitten over vijf dingen.

Wat voor hulp. Therapie, meestal bij een geregistreerd psycholoog of een bevoegd hulpverlener? Een psychiatrisch onderzoek, meestal bij een psychiater en in de meeste gevallen met een verwijzing? Coaching, minder gereguleerd en sterk wisselend? Gezinstherapie, het hele gezin samen? De juiste keuze hangt af van waar het precies om gaat. Soms is een inschatting door de huisarts de eerste stap, voordat duidelijk is welke soort hulp past.

Op wiens naam het dossier staat. Eén ouder zet meestal de handtekening en wordt het formele aanspreekpunt, ook als beide ouders betrokken zijn. In Nederland heeft de behandeling van een kind onder de zestien doorgaans toestemming van beide gezagsdragers nodig. Wie er tekent, en hoe de toestemming geregeld wordt, ligt daarmee vast in het gezag. Beide ouders zouden bij het eerste gesprek met de hulpverlener moeten zijn, maar op de papieren staat meestal één naam.

Hoe de informatie bij de tweede ouder komt. De hulpverlener moet weten hoe om te gaan met informatie. Krijgen beide ouders de updates? Communiceert de hulpverlener alleen met de ouder die getekend heeft, en vertrouwt die erop dat het wordt doorgegeven? Komen er vaste gezamenlijke gesprekken? Dit wordt aan het begin met de hulpverlener afgesproken. Onduidelijkheid achteraf levert problemen op.

Het financiële patroon. Worden de kosten gedeeld? Betaalt de ouder die getekend heeft, en wordt de andere ouder daarna gefactureerd? En als het kind onder de achttien is: wie regelt de aanvraag bij de gemeente? Spreken jullie een jaarlijks maximum af? Werk voor Module 07, Geld & gedeelde kosten. Het antwoord hoeft niet uitgebreid te zijn. Het moet wel afgesproken zijn.

De reisvraag. Als de therapie wekelijks is, en het kind wisselt tussen de huizen, wie brengt het kind dan? Steeds dezelfde ouder, ongeacht wiens week het is? De ouder wiens week het is? Past de therapeut zich aan? Het antwoord bepaalt mede de keuze van de hulpverlener, want sommige praktijken hebben avonduren die voor allebei werken en andere niet.

Het opzetgesprek duurt meestal drie kwartier tot een uur, één keer, voordat er iets geboekt wordt. Het is het waard om er specifiek tijd voor te plannen, en het er niet ergens tussendoor bij te pakken. De keuzes die je hier maakt, vormen de structuur voor maanden of jaren.

Het hulpverlenerslandschap en goed kiezen

Een korte kaart.

De huisarts. Vaak de eerste stap. Kan inschatten of het binnen de bandbreedte van normale puberperikelen valt, of voorbijgaande spanning is, of iets wat de inbreng van een specialist vraagt. Kan doorverwijzen. Veel huisartsenpraktijken hebben een praktijkondersteuner ggz, de POH-GGZ, die eerste gesprekken kan voeren en kan meedenken over de route.

De jeugd-ggz. Voor kinderen en jongeren onder de achttien loopt de specialistische hulp via de jeugd-ggz. Hier werken onder meer GZ-psychologen en orthopedagogen, opgeleid in onderzoek en behandeling bij psychische klachten. Verschillende specialisaties: angst, somberheid, eetproblemen, trauma, gedragszorgen. Verschillende therapievormen: cognitieve gedragstherapie, ACT, EMDR, gezinstherapie. Of het klikt tussen hulpverlener en kind weegt mee.

De psychiater. Een arts gespecialiseerd in psychische gezondheid, die medicatie kan voorschrijven. Meestal kom je er via een verwijzing van de huisarts of de psycholoog. Vaak is er een wachttijd.

De jeugdhulpverlener of jongerencoach. Minder gereguleerd. Soms de juiste hulp bij vraagstukken rond een overgangsfase, motivatie of de ontwikkeling, zonder dat er een klinische kant aan zit. De kwaliteit wisselt sterk.

De schoolzorg. Op veel scholen is er een zorgcoördinator, een schoolmaatschappelijk werker of een schoolpsycholoog. Laagdrempelig, kosteloos, vaak het makkelijkst te bereiken. Kan voldoende zijn bij vroege of milde zorgen. Module 09, Mediation & hulp van buiten, gaat in artikel 07 specifiek over schoolgebonden hulp.

De hulpverlener met een geloofs- of cultuurspecifieke achtergrond. Soms de juiste persoon voor een gezin met een religieus of cultureel kader dat seculiere hulpverleners niet altijd goed aanvoelen. Werkt vaak naast de klinische hulp, niet in plaats daarvan.

De app of het zelfhulpprogramma. Bij milde zorgen soms bruikbaar als opstapje. Geen vervanging voor professionele hulp als de situatie daarom vraagt.

Goed kiezen hangt van een paar dingen af. Waar het precies om gaat, want angst reageert goed op bepaalde aanpakken en gedragszorgen op andere. De leeftijd van het kind, want sommige hulpverleners zijn er voor jongere kinderen en andere voor jongeren. De praktische kant: locatie, tijden, taal, kosten. En de eigen voorkeur van het kind, zodra het oud genoeg is om die uit te spreken, want een klik met de therapeut doet er flink toe voor het resultaat.

Een bruikbaar patroon: boek een enkel kennismakingsgesprek bij twee verschillende hulpverleners voordat je je aan één verbindt. Het kind ontmoet ze allebei, de ouders zien hoe het contact loopt, het gezin kiest op basis van de balans tussen gemak en deskundigheid. De eerste die past is niet altijd de beste. De prijs van één extra kennismaking is klein vergeleken met een jaar wekelijkse sessies. Houd er wel rekening mee dat er bij de jeugd-ggz vaak een wachtlijst is, dus aanmelden kan al lonen terwijl je je nog aan het oriënteren bent.

De kostenvraag

In Nederland zit de kostenkant voor een kind onder de achttien anders in elkaar dan bij veel andere zorg, en het is de moeite waard om dat goed te begrijpen.

Voor een kind onder de achttien betaalt de gemeente. Sinds 2015 valt jeugdhulp, waaronder hulp bij mentale gezondheid, onder de Jeugdwet. Dat betekent dat de gemeente de zorg betaalt, niet je zorgverzekering. Het eigen risico speelt hier dus niet. De route loopt meestal via de huisarts, die rechtstreeks naar de jeugd-ggz mag verwijzen, of via het wijkteam, het jeugdteam of het Centrum voor Jeugd en Gezin, het CJG, in je gemeente. Dat team kijkt mee, regelt waar nodig een verwijzing of een beschikking, en is vaak ook het punt waar je terechtkunt met de vraag wie wat aanvraagt.

De keerzijde: wachtlijsten. De zorg is grotendeels kosteloos voor jullie, maar er staat vaak een wachttijd tegenover. Bij de jeugd-ggz kan die oplopen. Het loont om vroeg aan te melden, om bij het wijkteam te vragen wat realistisch is, en om in de tussentijd te kijken wat de huisarts, de POH-GGZ of de school alvast kan bieden.

Particulier, als je niet wilt wachten. Sommige ouders kiezen ervoor om een deel particulier te regelen om sneller te kunnen starten. Dat is de duurste route, vaak de snelste. Het is eerlijk om samen te bespreken of dit vol te houden is over de termijn die de therapie kan vragen, en dat is een half jaar tot enkele jaren.

Gemengde routes. Sommige gezinnen gebruiken de vergoede jeugd-ggz voor het onderzoek en de doorlopende behandeling, en vullen die aan met iets particuliers voor een specifiek stuk. Een gemengde route vraagt meer geregel, maar kan de kosten beheersbaar houden.

Het uitgangspunt van openheid. Beide ouders moeten weten wat er wordt uitgegeven. Een maandelijks overzicht als dat nodig is. Geen verborgen kosten die later als wrok naar boven komen.

De ouder die niet meebetaalt. Als één ouder niet kan of niet wil bijdragen, heeft de andere ouder een keuze: de kosten alleen dragen, of de hulp afschalen. Bij een kind onder de achttien valt dit vaak grotendeels weg, omdat de gemeente betaalt, maar voor een eventueel particulier deel kan het spelen. Eerlijk gezegd weegt de mentale gezondheid van het kind zwaarder dan de kosten. Als één ouder het dekt, gaat de hulp door, en komt het gevolg terug in het bredere financiële gesprek tussen jullie, in Module 07, Geld & gedeelde kosten.

Het overbruggen van het gat tussen de huizen

Een kind in behandeling houdt niet op in behandeling te zijn op het moment dat het van huis wisselt. De continuïteit telt.

Beide huizen kennen de grote lijn van de behandeling. Niet de details van sessie tot sessie, want die zijn vertrouwelijk. Wel de algemene aanpak. Waar het nu om draait. Wat als ouder helpt en wat niet, in het ondersteunen daarvan.

Hoe ouders onderling over de behandeling praten. Sommige kinderen vragen er nadrukkelijk om dat wat ze in therapie zeggen niet met hun ouders gedeeld wordt. Andere vinden het prima dat ouders het weten. De therapeut helpt bepalen wat bij de leeftijd van het kind passend is. De ouders houden zich aan die afspraak.

De triggers en de moeilijke dagen. Beide ouders moeten weten hoe de spanningssignalen van dit kind eruitzien. Beide moeten in grote lijnen weten wat te doen als die opkomen. De therapeut helpt daar vaak bij.

De dag van de sessie. De dag van de therapie is vaak emotioneel beladen. De ouder die het kind ontvangt, als het die dag of de dag erna wisselt, moet weten dat het kind stiller, vermoeider, emotioneel kwetsbaarder kan zijn dan anders. Stel je verwachtingen daarop bij.

De doorlopende steun. Beide huizen hebben dezelfde basis van warme, maar niet opdringerige steun. Beide ouders weten hoe ze moeten luisteren. Beide weten dat ze niet moeten doorvragen na de therapie. Beide kennen de grens tussen meelevende belangstelling en druk.

De privacy van de therapie zelf. Wat het kind in therapie zegt, blijft in therapie, tenzij de veiligheid iets anders vraagt. Beide ouders respecteren dat. Trekken aan therapiedetails, met vrienden roddelen over de therapie van het kind, de therapeut om informatie vragen die het kind niet gedeeld zou willen zien, dat alles ondermijnt de therapie zelf.

Wanneer één ouder er niet helemaal achter staat

Soms eindigt het opzetgesprek niet in een heldere overeenstemming. De ene ouder vindt dat het kind iemand moet zien, de andere vindt dat de situatie te veel als medisch probleem wordt opgevat. De ene vindt therapie essentieel, de andere denkt dat het kind er met de tijd vanzelf uitkomt. De ene ouder heeft slechte ervaringen met hulpverleners in de psychische gezondheid en is terughoudend om ze erbij te halen.

Een paar wegen.

Begin bij de huisarts. Het oordeel van de huisarts wordt door beide ouders meestal als gezaghebbend aanvaard. Als de huisarts inbreng van een specialist aanraadt, gaat de minder overtuigde ouder vaak overstag. Zegt de huisarts even afwachten en kijken hoe het loopt, dan accepteren beide ouders dat.

Probeer eerst de schoolzorg. Laagdrempeliger. Kosteloos. Soms aanvaardbaar voor een terughoudende ouder die particuliere therapie onnodig vindt. Het kan genoeg aan het licht brengen dat de terughoudende ouder zich bedenkt.

Gebruik één gesprek als test. Een enkel onderzoeksgesprek bij een kinder- en jeugdpsycholoog, gebracht aan de terughoudende ouder als een eenmalige afspraak in plaats van een verbintenis aan doorlopende therapie, kan het gesprek verschuiven. Het oordeel van de psycholoog wordt dan informatie waar je verder mee kunt.

Ga naar de zorg die eronder ligt. Soms gaat de terughoudendheid niet over de therapie zelf, maar over de kosten, de tijd, de privacy, of het eigen verleden van de ouder. De echte zorg benoemen, in plaats van in het algemeen rond therapie te blijven cirkelen, opent andere gesprekken.

De weg via mediation. Als er een echt meningsverschil blijft en de situatie van het kind zorgelijk is, dan is dit waarvoor mediation bestaat. Module 09, Mediation & hulp van buiten, gaat hierop in. Een getrainde mediator kan het gesprek over of en hoe je verdergaat dragen op een manier die twee ouders alleen soms niet voor elkaar krijgen.

Eén ouder die doorgaat zonder gezamenlijke overeenstemming. Houd hier rekening met het gezag, want bij een kind onder de zestien is meestal toestemming van beide gezagsdragers nodig voor een behandeling. Doorgaan zonder dat de ander akkoord is, kan daardoor juridisch ingewikkeld liggen, en de schade aan de relatie tussen jullie kan groot zijn. Het zou alleen moeten gebeuren wanneer het alternatief is dat het kind zonder nodige hulp blijft, en de tijd geen ruimte laat voor een trager verloop.

Tot slot

Een paar weken later. Jij en je mede-ouder hadden afgelopen weekend een opzetgesprek. Jullie spraken af: eerst de huisarts, voor een verwijzing. Vergoede jeugd-ggz als doel, twee kennismakingen om een klik te vinden. De aanvraag bij de gemeente loopt via het wijkteam, en dat regelt steeds dezelfde ouder. Therapie op woensdag, na school. De ouder wiens week het is, brengt haar. De school weet alleen dat ze iemand ziet, verder geen details.

De huisarts zag haar deze week. Het oordeel: ja, hulp zou goeddoen, en hier is een verwijzing naar een psycholoog die goed werkt met jongeren. De verwijzing is de deur uit.

De eerste sessie bij de psycholoog staat over tien dagen gepland. Jij en je mede-ouder gaan allebei mee naar het eerste deel van het eerste gesprek. Daarna gaat zij alleen verder met de psycholoog voor de tweede helft. Tot slot spreken beide ouders kort met de psycholoog na, om af te ronden.

Over drie maanden heb je een idee of dit de juiste klik is. Over een half jaar weet je of het werk helpt. Over een jaar kijk je misschien naar het afronden van de therapie of het voortzetten ervan. Jullie zitten allebei in dat gesprek, samen.

Dit alles weet ze niet. Ze weet dat de afspraak er komt, dat haar ouders het serieus nemen, dat ze het allebei een goed idee vinden, en dat de school niet in de details zit. Ze weet dat haar gekelderde cijfers en haar zware jaar niet worden weggewuifd.

Dat is, als het lukt, hoe het opzetten van hulp bij mentale gezondheid eruitziet over twee huizen. Op elkaar afgestemd. Rustig. Met respect voor de privacy van het kind. Volgehouden.

De lastigere gevallen die dit artikel heeft benoemd, het meningsverschil, de kosten, de privacy, het gat tussen de huizen, verdwijnen niet. Ze worden aangepakt, wanneer ze zich voordoen, met dezelfde uitgangspunten die het opzetten lieten slagen.

Het werk gaat door. Dit keer met professionele hulp waarvan jullie allebei hebben besloten dat die goed is.

Dat is het artikel.

Dit is ondersteunende zelfhulp, geen medisch, psychologisch of juridisch advies, en geen vervanging voor een gekwalificeerde professional. Als jij of je kind in gevaar kan zijn, bel dan de lokale hulpdiensten.