dip
Koop een koffie
Module 09 · Mediation & hulp van derden

Samenwerken met de school

By the dip team · Clinical consultant: Pauline Sam, MD ·

preschoolprimarysecondary11 min lezen
Samenwerken met de school

Samenwerken met de school

Module 09 · Mediation & hulp van buiten · Artikel 07 · Wave 2 · peuters, basisschool, middelbare school


Het is donderdag, je staat te wachten om je kind op te halen. De juf van je dochter loopt je bij de uitgang even tegemoet en zegt zachtjes: Ik wilde je even laten weten dat ik wat extra op [naam] let, met alles wat er speelt. Ze was deze week wat stiller.

Je bent blij dat de juf oplet. En tegelijk weet je even niet zo goed wat met alles wat er speelt nou precies betekent. Jij hebt de juf niets verteld over de scheiding. Je mede-ouder misschien wel. Of de juf heeft het opgemaakt uit iets wat je dochter zei. Wat de bron ook is, de school heeft nu een beeld van je kind dat jij niet bewust hebt gedeeld, en dat beeld klopt grofweg.

Je blijft nog even in de gang staan als de juf weer doorloopt. Je dochter, die nergens iets van merkt, laat je een tekening zien.

Dit artikel gaat over wat de school wel en niet doet in het gebied waar je je nu beweegt.

Waar dit artikel over gaat

Dit artikel gaat over de rol van de school als derde partij in het ouderschap. Wanneer de school echt nuttig is. Wanneer het riskant is om de school erbij te halen. Hoe je de school goed inzet.

Het principe is dit. De school is de stabielste constante in het leven van je kind: hetzelfde gebouw, dezelfde juffen en meesters, dezelfde routines, dezelfde verwachtingen. Dat maakt de school een enorm nuttige bron van informatie over hoe het met je kind gaat. Het maakt de school geen beslisser over jullie ouderschap, geen scheidsrechter in jullie meningsverschillen, en geen vervanging voor het mediationwerk dat jullie apart moeten doen. De school goed inzetten betekent: de school inzetten waarvoor ze bedoeld is, namelijk je kind onderwijzen en daarbinnen zorgen voor het welzijn van je kind.

Het artikel behandelt vier dingen. Wat scholen kunnen bieden. Wat ze niet kunnen. Hoe je ze goed inlicht. En hoe je afstemt als de ene ouder te veel of te weinig deelt.

Wat scholen kunnen bieden

Een aantal nuttige dingen.

Een constante blik op je kind. Leerkrachten en de mensen om de leerkracht heen zien je kind zes of zeven uur per dag, vijf dagen per week, in een omgeving waar gedrag wordt gevormd door sociale normen en door wat er op school van een kind wordt verwacht. De informatie die zij hebben is anders dan wat een van de ouders heeft. Ze merken veranderingen op in stemming, in hoe een kind met andere kinderen omgaat, in concentratie, in hoe een kind erbij loopt. Een juf die je kind al een half jaar meemaakt, heeft informatie waar geen van beide ouders bij kan.

Een structuur die je kind opvangt. De meeste scholen hebben manieren om kinderen door een moeilijke periode heen te helpen: een intern begeleider (ib'er) die meedenkt, een vaste leerkracht die af en toe even checkt, een rustige plek, op de middelbare school een mentor die in de gaten houdt hoe het gaat. Je kind kan daar gebruik van maken zonder dat een van de ouders er direct bij betrokken is. Die structuur werkt omdat hij onderdeel is van de gewone band tussen school en kind, en niet omdat het een speciale regeling is die door jullie situatie wordt aangezet.

Continuïteit die over beide huizen heen reikt. De school is de plek die niet verandert als het kind van huis wisselt. Dezelfde juffen en meesters, dezelfde routines, dezelfde verwachtingen. Voor een kind dat tussen twee huizen beweegt, geeft die continuïteit houvast op een manier die moeilijk na te bootsen is. De school doet dat zonder zichzelf te zien als hulpmiddel bij het ouderschap. Ze doet het gewoon door school te zijn.

Een neutrale blik op het welzijn van je kind. De zorgcoördinator of de schoolmaatschappelijk werker heeft geen belang bij de versie van het ene of het andere huis. Hun professionele zorg is het kind. Die neutraliteit kan, als je er op de juiste manier gebruik van maakt, echt nuttig zijn: een blik op het kind die niet gekleurd is door het gevoelsleven van een van de ouders.

Een brug naar andere hulp. De meeste scholen hebben vaste lijntjes naar een schoolpsycholoog, een kindertherapeut, specialisten in leerondersteuning en soms naar het gemeentelijk jeugdteam of het CJG. Als je kind gespecialiseerde hulp nodig heeft, is de school vaak de snelste route ernaartoe.

Wat scholen niet kunnen

Net zo belangrijk om te snappen.

Ze kunnen niet bemiddelen tussen jou en je mede-ouder. De school is geen neutrale derde partij in de relatie tussen jullie als volwassenen. Het is niet hun taak om jullie communicatie te begeleiden, om informatie te bewaren die je niet met je mede-ouder kunt delen, of om partij te kiezen in jullie meningsverschillen. De school dat vragen is de school iets vragen waarvoor ze niet bedoeld is, en een goede school zal dat vriendelijk afhouden.

Ze kunnen geen ouderschapsbeslissingen voor je nemen. Gaat het kind mee op schoolkamp? Schakelt het over van voorschoolse naar naschoolse opvang? Begint het met die nieuwe naschoolse activiteit? Dat zijn beslissingen voor de ouders, geen beslissingen voor de school. De school heeft soms informatie die meeweegt, zoals of het kind eraan toe is of wat het rooster toelaat, maar de beslissing ligt bij jou en je mede-ouder. De school beslist niet voor jullie.

Ze kunnen geen geheimen bewaren voor de ene ouder namens de andere. De meeste scholen behandelen beide ouders met wettelijk gezag gelijk, op zeldzame uitzonderingen na. Als de ene ouder de school vraagt om informatie achter te houden voor de andere, houdt de school dat meestal af. En terecht. De school vragen om partij te kiezen in wat er gedeeld wordt, zet ze in een onmogelijke positie.

Ze kunnen niet jullie communicatiekanaal zijn. Kun je tegen mijn mede-ouder zeggen dat... gevraagd aan een leerkracht is misbruik. De leerkracht is er voor je kind, niet voor het doorgeven van berichten tussen volwassenen. Module 08 (Communicatie met de andere ouder) gaat over de directe kanalen die wél passen bij mede-ouders.

Ze kunnen therapie of begeleiding bij echte nood niet vervangen. De zorgcoördinator of schoolmaatschappelijk werker is een generalist binnen een onderwijsomgeving. Het is geen kinderpsycholoog. Als je kind echt in nood is, is de school misschien het eerste aanspreekpunt, maar de volgende stap is meestal een verwijzing naar een specialist buiten de school.

Ze kunnen de roosterpuzzel niet voor je oplossen. Kun je ervoor zorgen dat [naam] op vrijdag aan mijn mede-ouder wordt meegegeven? gevraagd aan de administratie is te veel gevraagd. De school heeft jullie wisselrooster misschien in het systeem staan, maar de dagelijkse werkelijkheid ervan regelen is jouw werk, niet dat van hen.

Hoe je de school goed inlicht

Een paar uitgangspunten.

Licht ze één keer in, kort, op papier. Een kort bericht aan de leerkracht of de mentor: Hoi. Ik wilde even laten weten dat [naam] nu in twee huizen woont. De wisseldagen zijn meestal X en Y. [Naam van de andere ouder] en ik zijn allebei betrokken bij de schoolzaken van [naam] en moeten allebei worden benaderd voor alles wat met school te maken heeft. Fijn als jullie ons gelijkwaardig behandelen. Dat is genoeg. De school kent de situatie, heeft de informatie die ze nodig heeft voor de logistiek, en weet dat beide ouders gelijkwaardig zijn. Het bericht is kort, neutraal en gezamenlijk.

Licht ze samen in als dat kan. Als jij en je mede-ouder het eens kunnen worden over één bericht aan de school, is dat de beste versie. Een gezamenlijk bericht laat de school zien dat de situatie samen wordt aangepakt, en daardoor is de kans groter dat de school je kind goed opvangt. Lukt samen niet, licht ze dan apart in, maar wel consistent.

Geef er geen kleuring bij. De school hoeft niet te weten wie er is weggegaan, waarom, wiens schuld het was, hoe het zit met een nieuwe partner of hoe boos je bent. Al die informatie wordt, zodra je ze met de school deelt, een beeld dat ze onbewust meenemen in hoe ze met je kind omgaan. De schone versie is alleen de praktische werkelijkheid, neutraal verteld.

Houd ze op de hoogte als er echt iets verandert. Een nieuw broertje of zusje. Een verhuizing. Een ander wisselrooster. Een formeel mediation- of juridisch traject dat de schoolzaken raakt. De updates horen schaars en praktisch te zijn. We hebben vanaf volgend blok een nieuw wisselrooster is goed. Het is thuis erg moeilijk geweest is meer dan de school nodig heeft.

Vraag ze wat zij van jou nodig hebben, niet wat zij voor jou kunnen doen. Is er iets wat wij kunnen doen waardoor jullie [naam] beter kunnen opvangen? is een nuttige vraag. De school heeft soms een concreet verzoek: een seintje vooraf bij wisseldagen, één vaste persoon om te bellen, de administratie bijgewerkt met de actuele adressen van beide ouders. Hun verzoeken zijn meestal klein en praktisch en het waard om te honoreren.

Als de ene ouder te veel deelt

Dit is de meest voorkomende vorm waarin de school te veel betrokken raakt: de ene ouder, vaak degene die het zwaarder heeft, trekt de school het gevoelsleven van de scheiding in.

Een paar patronen.

De leerkracht die te veel heeft gehoord. Die weet van de affaire, het geldconflict, het gedrag van de nieuwe partner. Die voelt zich ongemakkelijk met wat hij weet. Hij kan het niet meer níet weten. En hij zal het kind, op de een of andere manier, anders behandelen omdat hij het weet.

De zorgcoördinator die tot vertrouweling is gemaakt. Wekelijkse gesprekken met de ouder, niet met het kind, over wat er thuis speelt. De zorgcoördinator is een generalist en is hier niet voor toegerust. Die wordt stilletjes minder effectief voor het kind naarmate de volwassenenproblemen van de ouder meer ruimte innemen.

De administratie die klem komt te zitten. Vertel de andere ouder niets over het schoolreisje. Laat de andere ouder het toestemmingsformulier niet tekenen. Zeg tegen de andere ouder dat die eerst moet betalen. De administratie wordt gevraagd partij te kiezen. Ze geven daar misschien even gehoor aan, maar uiteindelijk zetten ze de hakken in het zand, en de band met allebei de ouders lijdt eronder.

Merk je dat je mede-ouder dit doet, dan is de begaanbare weg om het er rechtstreeks met hem of haar over te hebben, en niet om via de school terug te duwen. Het valt me op dat de school meer lijkt te weten dan ik had verwacht. Kunnen we afspreken wat we met ze delen? Dat gesprek is niet makkelijk, maar het is wel het juiste.

Doe je het zelf, dan is de begaanbare weg om er rustig mee te stoppen en het beeld dat de school van jou en je situatie heeft langzaam te laten bijstellen in de maanden die volgen. De school is vergevingsgezind. Het kind draagt er minder van mee zodra je stopt met er meer aan toe te voegen.

Als de ene ouder te weinig deelt

De minder zichtbare vorm: de ene ouder, vaak degene die het minder zwaar heeft of die meer op privacy is gesteld, vertelt de school helemaal niets, en de school heeft geen idee waarom het kind opeens stiller is, wisseldagen mist of er met het hoofd niet bij is in de klas.

Net zo goed aan te pakken.

Het minimumbericht is echt nodig, ook al houd je dingen liever privé. De school doet het beter met een beetje kloppende informatie dan met geen informatie en de verkeerde conclusies. We zitten nu in een situatie met twee huizen is genoeg. Meer hoeft de school niet.

Het wisselrooster moet in het systeem staan. Verwarring bij het ophalen op school is een van de meest voorkomende bronnen van vermijdbare stress voor kinderen. De school hoort te weten welke ouder op welke dagen ophaalt, en wat de afspraak is als er iets verandert.

De contactgegevens van beide ouders, allebei in gebruik. Niet alleen die van één ouder. De school moet allebei de ouders kunnen bereiken, en hoort standaard allebei in de cc te zetten bij berichten van school. Als maar één ouder op de verzendlijst van de school staat, tast de ander in het duister.

Tot slot

Je bent die avond thuis. Je dochter maakt huiswerk aan tafel. Jij staat in de keuken en denkt nog na over de opmerking van de juf.

Je tikt een kort berichtje aan je mede-ouder. Hoi. Ik wilde even checken: heb jij [juf] iets verteld over onze situatie? Ze maakte vandaag bij het ophalen een opmerking waaruit ik opmaak dat ze het weet. Ik vind het niet erg hoor, ik wil alleen dat we op één lijn zitten over wat de school weet.

Het antwoord komt twintig minuten later. Ik heb het genoemd op de ouderavond vorige maand. Alleen praktisch, niet in detail. Had ik jou in de cc moeten zetten?

Ja, voortaan wel. Laten we schoolberichten gezamenlijk houden.

Afgesproken.

Dat is het. Het gebied is in kaart gebracht. De afspraak staat. De school blijft nuttig op de manier waarop scholen nuttig horen te zijn. Geen van jullie heeft ze het volwassenenlandschap in getrokken waarvoor ze niet zijn toegerust. Het kind blijft naar een school gaan waar de volwassenen genoeg weten om je kind op te vangen en niet zoveel dat het die opvang scheeftrekt.

Volgend blok, als de nieuwe periode begint, sturen jij en je mede-ouder een kort gezamenlijk mailtje aan de juf om te bevestigen dat de regeling onveranderd is en om haar te bedanken voor de zorg. De juf blijft doen wat juffen doen.

Je dochter zal, in een deel van zichzelf dat ze misschien pas jaren later onder woorden brengt, profiteren van het feit dat de school een school is gebleven: een plek waar de volwassenen gericht waren op haar onderwijs en haar welzijn, en niet verstrikt raakten in het volwassenenwerk dat, terecht, ergens anders gebeurde.

Je drinkt je thee op. Het huiswerk is af. Je dochter klapt het boek dicht.

De school zit nog steeds in je leven, nuttig in de rol die bij haar past.

En dat is op zichzelf al een vorm van bescherming.

Dit is ondersteunende zelfhulp, geen medisch, psychologisch of juridisch advies, en geen vervanging voor een gekwalificeerde professional. Als jij of je kind in gevaar kan zijn, bel dan de lokale hulpdiensten.