dip
Koop een koffie
Module 02 · Peuters & zindelijk worden

Driftbuien bij de wisseling

By the dip team · Clinical consultant: Pauline Sam, MD ·

0–39 min lezen
Driftbuien bij de wisseling

Driftbuien bij de wisseling

Module 02 · Peuters & zindelijk worden · Artikel 06 · Wave 2 · 0–3


Ze komt aan bij de deur. In de auto ging het prima. Ze liep hand in hand met jou naar het hek. De ontvangende ouder doet open, glimlacht, zegt haar naam. En dan begint het. Haar lijfje verstijft. Haar gezicht verkleurt. Ze laat zich op de grond vallen. Ze schopt. Haar stem schiet twee octaven omhoog en blijft daar. Ze krijst om een yoghurt. Of een sticker. Of om iets wat niemand kan thuisbrengen. De ontvangende ouder staat in de deuropening. Jij staat op het tuinpad. Twee buren lopen voorbij en doen alsof ze niets zien.

Dit is iets anders dan het klampen, en iets anders dan het ik wil naar mama-huilen. Dit is een volledige driftbui. Op de drempel. Met beide volwassenen erbij. Zonder plek om haar even apart te nemen.

Dit artikel gaat over precies dat moment.

Het gaat over wat een driftbui bij de wisseling eigenlijk is, waarom die juist op dit moment opkomt, wat helpt in die acht of tien minuten dat je op de stoep staat, en hoe de twee volwassenen de situatie kunnen dragen zonder hem groter te maken.

Wat er lichamelijk gebeurt

Een driftbui en een huilbui zijn twee verschillende dingen. Bij allebei is er verdriet. Het verschil zit in de toestand van de regulatie.

Huilen is gereguleerd verdriet. De peuter is verdrietig. Ze laat het zien. Haar lijf staat nog aan. Ze kan je horen, ze laat zich troosten, ze komt binnen tien tot dertig minuten tot rust als de regulatie het houdt. Peuters & zindelijk worden 03 gaat over dat ik wil naar mama-huilen.

Een driftbui is ontregeld verdriet. Het stresssysteem van de peuter is over een grens gegaan. De voorste hersenschors staat niet meer helemaal aan. Ze kan woorden niet helder horen. Ze is niet vatbaar voor redeneren. Ze kiest dit gedrag niet. Haar lijf zit in een toestand waarin de oudere, snellere, primitievere delen van het brein het overnemen. Woorden ketsen af. Logica landt niet. Ze weet zelf, midden in die bui, niet eens wat ze wil.

Een kind heeft elke dag een beperkt venster waarin het de regulatie onder druk kan vasthouden. Tegen de tijd dat het bij een wisseling aankomt, is een groot deel van dat venster vaak al opgebruikt. De wisseling zelf legt er nog gewicht bovenop: een overgang tussen verzorgers, een andere omgeving, het wegvallen van de ene regulator en de komst van de andere, en vaak het besef dat er iets belangrijks gebeurt waar het zelf geen grip op heeft.

Als het gewicht de grens bereikt, is de driftbui wat er gebeurt. Het is geen tactiek. Het is geen manipulatie. Het gaat niet om de yoghurt. Het is het lijf dat over een streep gaat.

Waarom juist bij de wisseling

Een paar redenen waarom wisselmomenten extra gevoelig zijn voor driftbuien:

Opgebouwde spanning. De peuter is vaak al een tijdje met de wisseling bezig, ook al is dat niet bewust. De tas is ingepakt. De toon van de dag is verschoven. Het zenuwstelsel van de ouder staat meer aan dan anders. Het lijfje van de peuter draagt die spanning de hele tijd mee, naast die van de ouder.

Het moment waarop de regulator wisselt. De peuter gaat van de ene regulator (de ouder bij wie ze is) naar de andere (de ouder naar wie ze toe gaat). Heel even zijn beide regulatoren aanwezig en heeft geen van beiden echt de leiding. Die tussentoestand is zwaarder voor het lijfje van de peuter dan welke van de twee kanten dan ook.

Publiek. Twee volwassenen die kijken. Soms een broertje of zusje. Soms een buur die voorbijloopt. Dit is het enige moment op de dag waarop ze een vol publiek heeft voor haar gedrag. Dat publiek voegt op zichzelf al spanning toe. Sommige kinderen reageren heftiger als er gekeken wordt, niet omdat ze een show opvoeren, maar omdat het bekeken worden zelf ontregelt.

Geen rustige plek om te landen. Een driftbui thuis kan in de slaapkamer, op de keukenvloer, overal. Een driftbui bij de wisseling is op het tuinpad of op de stoep. Er is geen zachte bank. Er is geen plek om alleen te zijn. De plek zelf rekt de spanning langer uit.

Die factoren stapelen op. Een peuter die een overgang op een rustige middag prima aankan, kan ontploffen bij een wisseling op vrijdag om vijf uur na een lange week.

Wat het niet is

Een paar veelgemaakte misverstanden:

Ze doet dit omdat ze niet naar mij toe wil. Bijna nooit. De driftbui bij de wisseling is zelden een stem tegen de ontvangende ouder. Het is een toestand van het zenuwstelsel, geen oordeel.

Ze doet dit om de situatie te sturen. Nee. Een peuter in een driftbui heeft minder grip op de situatie dan op welk ander moment ook. Van buiten lijkt het gedrag eigenwijs; van binnen is het het lijf dat zijn eigen programma draait.

Een van ons doet iets fout. Waarschijnlijk niet. Driftbuien bij de wisseling komen voor bij goed lopend mede-ouderschap, bij rustige ouders, bij een stabiel schema. Het is meer iets wat bij de ontwikkeling hoort dan een fout in de opvoeding.

Dit wordt vanaf nu elke wisseling zo. Misschien een paar weken. De meeste houden niet aan. Het lijf leert dat de wisseling te overleven is. De grens komt hoger te liggen. De driftbuien worden minder vaak en minder heftig.

Wat helpt op het moment zelf

De bui zelf duurt meestal vijf tot vijftien minuten. Wat je in die minuten doet, doet ertoe.

Beide ouders worden stil. Minder praten, niet meer. Woorden landen niet. Twee volwassenen die de situatie hardop benoemen, naar elkaar of naar het kind, leggen er alleen maar gewicht bij. Eén zachte stem, laag in volume, korte zinnen, van de ouder die op dat moment de regulatie draagt.

Spreek af wie de komende tien minuten de leiding heeft. Meestal de ontvangende ouder. De vertrekkende ouder gaat weg; de ontvangende ouder blijft. Het kind heeft één regulator nodig om op te landen, geen twee die om die rol strijden. De vertrekkende ouder stapt fysiek en emotioneel terug zodra duidelijk is dat er een driftbui is begonnen.

Ga weg uit de deuropening. Als het kind op het tuinpad of op de stoep zit, ga dan rustig naar binnen, het ontvangende huis in. De ontvangende ouder tilt het kind op als dat nodig is en neemt haar mee naar binnen, of gaat naast haar op de woonkamervloer zitten. De vertrekkende ouder loopt niet mee. Door de deur dicht te doen verandert de plek van de situatie en valt het publiek weg.

Probeer geen belofte los te krijgen. Ga je nu een grote meid zijn? Ga je lief met papa mee? Dat werkt niet midden in een driftbui. De hersenschors staat niet aan om iets te beloven. Wacht eerst tot het lijf tot rust komt. Woorden komen later.

Onderhandel niet. Geen beloftes van een traktatie, een scherm of iets speciaals om de bui voorbij te krijgen. Die afspraken maken het werk van de regulator alleen ingewikkelder. Ze leren het kind ook dat een driftbui beloond wordt.

De vertrekkende ouder gaat rustig weg, ook al is de driftbui nog in volle gang. Dat voelt hard. Dat is het niet. Door te blijven maakt de vertrekkende ouder de bui juist groter, omdat de verwarring van twee regulatoren dan in stand blijft. Eén korte zin vanuit de deuropening. Ik hou van je. Ik zie je zondag. En dan de deur dicht. De ontvangende ouder, nu alleen met het kind, kan dan het echte werk van tot rust brengen doen.

De taak van de ontvangende ouder in dat eerste kwartier is aanwezig zijn, niet oplossen. Ga op de vloer zitten. Probeer haar er niet doorheen te praten. Probeer niets te duiden. Vraag niet wat er is. Wees naast haar lijfje. Wacht. Het lijf komt weer aan wanneer het weer aan komt. De meeste driftbuien zakken binnen tien tot twintig minuten weg zodra de verwarring van twee regulatoren weg is.

Na de driftbui

Zodra ze weer gereguleerd is (tekenen: de ademhaling vertraagt, het lijf wordt zachter, ze maakt oogcontact, ze zegt misschien één woord), zijn de volgende dertig minuten bepalend voor de vraag of de naweeën van de bui in haar lijf blijven hangen.

Praat het nog niet uit. Geen wat was dat nou. Geen dat was een flinke bui. Geen we moeten het hebben over hoe het de volgende keer beter kan. De hersenschors is net weer aangegaan; die staat nog wankel. Hem meteen volladen met reflectie kiept hem zo weer om.

Doe iets voorspelbaars. Een tussendoortje dat ze altijd krijgt. Een boekje dat ze altijd leest. Een paar minuten van een favoriet programma als dat bij jullie aanpak hoort. Het vertrouwde helpt het zenuwstelsel om verder tot rust te komen.

Een korte, lichte opmerking, uren later. In bad, bij het naar bed gaan, na het eten. Iets kleins. Het was eerder een moeilijk moment bij de deur. We zijn er samen doorheen gekomen. Dat is het. Eén zin. Het verwerken gaat op het tempo dat ze aankan.

Patronen om in de gaten te houden

De meeste driftbuien bij de wisseling komen in vlagen. Ze duiken een paar weken op, zakken weg als het lijf leert dat de wisseling te overleven is, en verdwijnen, op zeldzame momenten van hoge druk na.

Een paar patronen die aandacht verdienen:

  • Driftbuien bij elke wisseling, langer dan zes tot acht weken, zonder dat ze afnemen
  • Driftbuien die in de loop van de tijd langer of heftiger worden
  • Driftbuien met zelfverwonding erbij (met het hoofd bonken, zichzelf bijten)
  • Driftbuien gevolgd door lange periodes van zich terugtrekken of vlak zijn
  • Driftbuien die alleen bij één richting van de wisseling voorkomen (wel naar de ene ouder, nooit naar de andere), gedurende langere tijd

Bij elk van deze is een gesprek op zijn plaats. Eerst met je mede-ouder. Met een kinderarts of kinderpsycholoog als het gesprek tussen jullie het niet oplost.

Het gesprek tussen de ouders

Het gesprek tussen de twee volwassenen over driftbuien bij de wisseling is een van de gevoeligere gesprekken tussen mede-ouders. Beiden hebben er een stuk van gezien. Beiden hebben er gevoelens bij. Beiden kunnen het gesprek makkelijk opvatten als kritiek.

Een paar dingen die helpen:

De cijfers zijn de cijfers. Het viel me op dat ze de derde vrijdag op rij een driftbui had. Niet jij doet vast iets verkeerd. Niet ik denk dat ze niet bij je wil zijn.

De aanpak is van jullie samen. Zullen we de overgang bij de deur allebei op dezelfde manier doen? Dezelfde woorden, dezelfde timing? De verandering is iets waar beide ouders zich aan verbinden, geen lijstje met dingen die de ene ouder moet repareren.

Het venster is kort. Maak hier geen crisisgesprek van in de eerste 24 uur na een driftbui. Laat er een paar dagen overheen gaan. Breng het rustig ter sprake op een afgesproken moment. In de module Communicatie met de andere ouder staat het ik zie X, wat zie jij-kader.

Tot slot

De tweejarige op de stoep, krijsend om een yoghurt, met twee ouders en een buur die kijken, heeft een driftbui omdat haar lijf over een grens is gegaan onder het opgetelde gewicht van een dag en een overgang. De yoghurt is niet de oorzaak. De ontvangende ouder is niet de oorzaak. Het schema is in de meeste gevallen niet de oorzaak.

Wat helpt is de ene ouder die terugstapt, de andere die naar voren komt, de deur die dichtgaat, de plek die verandert, en die geduldige tien of vijftien minuten waarin je wacht tot het lijf weer aankomt. Wat helpt is niet onderhandelen, niet oplossen, geen publiek, geen beloftes vooraf. Wat helpt is aanwezig zijn, zachte stemmen, voorspelbare volgende stapjes.

Tegen bedtijd vertelt ze over het konijn op haar pyjama. De driftbui ligt achter haar. Het lijf is gereguleerd. Beide ouders, ieder in hun eigen huis, ademen voor het eerst in twee uur weer uit.

Vrijdag. De stoep. Een yoghurt. Drie minuten verstijven. Twaalf minuten op de vloer. De deur gaat dicht. Zaterdagochtend eet ze een boterham en vraagt ze om het dinoboek. Het lijf wist wat het deed.

Dit is ondersteunende zelfhulp, geen medisch, psychologisch of juridisch advies, en geen vervanging voor een gekwalificeerde professional. Als jij of je kind in gevaar kan zijn, bel dan de lokale hulpdiensten.