Als je tiener in crisis is
By the dip team · Clinical consultant: Pauline Sam, MD ·

Als je tiener in crisis is
Module 04 · Tienergedrag & zelfstandigheid · Artikel 19 · Wave 2 · 13+
Als je dit artikel nu leest omdat er op dit moment een noodsituatie is, hier de korte versie.
Is je tiener in direct gevaar, ernstig lichamelijk gewond, heeft hij of zij iets ingenomen wat niet kan, of dreigt er acuut gevaar voor zichzelf of anderen? Bel meteen 112. Blijf bij je tiener. Laat hem of haar niet alleen. Probeer een situatie met acuut levensgevaar niet zelf op te lossen.
Is je tiener in ernstige nood maar niet in direct lichamelijk gevaar? Bel dan een crisislijn. Bij gedachten aan zelfdoding bel je 113 Zelfmoordpreventie: bel 113 of 0800-0113 (24/7), of chat via 113.nl. Voor een spoedeisende psychische crisis bel je de huisartsenpost, en zij schakelen zo nodig de crisisdienst van de ggz in (de acute dienst is ook via de huisarts te bereiken). Je tiener kan zelf ook bellen. Voor de jongere is er ook de Kindertelefoon, 0800-0432. En jij als ouder mag al deze nummers net zo goed bellen.
Je doet het goede door dit artikel te lezen. Haal even adem. Lees verder als je de tijd en de ruimte hebt. Zo niet, houd je dan aan de drie alinea's hierboven. De rest staat hier voor wanneer je het nodig hebt.
Wat we met crisis bedoelen
Een crisis is wanneer er iets is gebeurd, of staat te gebeuren, dat het gezin niet aankan zonder meteen hulp van buiten.
Een paar voorbeelden.
Je tiener heeft je net verteld een einde aan het leven te willen maken, of je vindt aanwijzingen dat hij of zij dat aan het voorbereiden is. Heeft zichzelf zojuist ernstig pijn gedaan. Is ingestort, flauwgevallen, of vertoont tekenen dat het lichaam het begeeft door te weinig eten, door middelengebruik of door iets anders. Heeft net verteld te zijn aangerand. Heeft net verteld dat er ernstige dingen gebeuren bij je mede-ouder thuis of ergens anders. Is weggelopen. Is onder invloed en niet veilig. Heeft een paniekaanval die zo heftig is dat hij of zij niet tot rust komt. Is verdoofd, niet aanspreekbaar, of gedraagt zich op een manier die helemaal niet bij hem of haar past.
Sommige crises komen plotseling. Sommige bouwen zich weken op en slaan vanavond om. Sommige zijn zichtbaar. Sommige zijn iets wat je tiener je net heeft verteld. Hoe dan ook: crisis betekent dat de situatie is veranderd en dat er nú gereageerd moet worden.
Dit artikel is voor dat moment.
Wat je doet in de eerste tien minuten
De eerste tien minuten gaan over rust en veiligheid, niet over het uitpluizen van het hele verhaal.
Blijf bij hem of haar. Laat je tiener niet alleen. Wat er verder ook gebeurt, wees lijfelijk aanwezig. Ga erbij zitten. Wees in de kamer. Wil je tiener ruimte, blijf dan dichtbij genoeg om er te zijn als het nodig is. Lijfelijke aanwezigheid is een van de weinige dingen die een tiener in crisis echt rustiger maken.
Is er acuut lichamelijk gevaar, haal dan nu hulp. Bel 112. Bel een crisislijn. Ga zo nodig naar de spoedeisende hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Wat het juiste is, hangt af van wat er speelt. Weet je het niet zeker, bel dan de crisislijn, dan vertellen zij je het.
Probeer een medische noodsituatie niet alleen op te lossen. Is je tiener niet aanspreekbaar, heeft hij of zij iets ingenomen wat niet kan, zichzelf ernstig pijn gedaan, of zijn er tekenen dat het lichaam het begeeft, dan is dit een medische situatie. Haal medische hulp. Probeer er niet zelf doorheen te praten.
Haal de spanning uit de kamer. Zachte stem. Rustig lijf. Langzame bewegingen. Een tiener in crisis is ontregeld; jouw ontregeling maakt het erger. Ook als je doodsbang bent, helpt die rustige stem. (Instorten mag later wel, ergens anders, als dit voorbij is.)
Schreeuw niet, raak niet in paniek, laat je tiener niet voelen dat de situatie nog groter is dan gedacht. Je tiener is al overweldigd. Jouw paniek komt boven op die van hem of haar. Wees de stabiele, aanwezige volwassene.
Haal weg wat niet in de kamer hoeft. Andere kinderen, als die er in huis zijn, kunnen beter in een andere kamer zijn met een andere volwassene of met de tv aan. Huisdieren die onrustig zijn. Telefoons waar meldingen op binnenkomen. De tv. Maak het stil in de ruimte.
Stel nog geen grote vragen. Waarom heb je dit gedaan? Wat is er mis met je? Wat dacht je wel? Die vragen kunnen wachten. De eerste tien minuten gaan over aanwezig zijn, veilig worden en hulp halen.
Wat je doet in het eerste uur
Als na de eerste tien minuten de directe lichamelijke situatie onder controle is, gaat het eerste uur erom professionele hulp op gang te brengen en te beginnen begrijpen wat er speelt.
Bel de juiste hulpverlener. Heb je dat nog niet gedaan, bel dan je huisarts, de crisislijn of 112. Ook als het directe gevaar voorbij is, moet hier vanavond een professional bij betrokken zijn. Schuif het niet door naar morgen.
Vertel het je mede-ouder. Zodra je dat kunt bellen zonder je tiener alleen te laten. Er is iets met Lily. Ik heb je nodig, kom alsjeblieft. Of ik wil dat je het weet. Of ik ben met haar in het ziekenhuis. Je mede-ouder moet meteen op de hoogte zijn, ongeacht wiens avond het volgens het schema is.
Vraag als het kan een of twee mensen om steun, in levenden lijve. Een opa of oma, een broer of zus, een goede vriend of vriendin. Iemand die bij je kan zitten terwijl dit zich ontvouwt. Een crisis hoef je niet alleen te dragen als het anders kan.
Luister kort, als hij of zij wil praten. Duw niet aan. Hoor niet uit. Wil je tiener iets zeggen, laat het dan gezegd worden. Ik ben er. Ik luister. Je hoeft niet alles uit te leggen. Wat er ook is gebeurd, we komen hier samen uit.
Geef kleine keuzes waar het kan. Wil je een glas water? Wil je op de bank zitten of op je kamer? Zal ik oma bellen? Kleine keuzes helpen je tiener zich minder overweldigd te voelen.
Beloof niets wat je niet kunt waarmaken. Er gebeurt niets ergs. Ik vertel het nooit aan iemand. Morgen is alles weer goed. Doe geen beloftes die later uit elkaar vallen. Wees eerlijk. Ik weet niet hoe morgen eruitziet. Ik weet dat ik er vanavond ben. Ik weet dat we hulp gaan halen.
Maak dit nergens van afhankelijk. Ik hou van je. Dat jij veilig bent, is het enige wat er vanavond toe doet. Voeg er geen voorbehoud aan toe.
Wat je niet doet
Een paar dingen die je in een crisis beter kunt laten.
Stel zelf geen risicotaxatie-vragen. Op een schaal van 1 tot 10, hoe sterk denk je aan zelfdoding? Heb je een plan? Dat soort vragen is voor getrainde professionals, niet voor ouders. Het is jouw taak om je tiener bij die getrainde professional te krijgen. De professional doet de inschatting.
Som niet op wat er uit huis moet. Benoem niet, waar je tiener bij is, wat je allemaal uit de slaapkamer gaat halen. Dat kan een trigger zijn. Praktische adviezen over veiligheid komen van de professional, niet uit jouw eigen lijstje op het moment zelf.
Beloof geen geheimhouding die je niet kunt houden. Ik vertel het aan niemand. Je zult het waarschijnlijk wel aan mensen moeten vertellen. Je mede-ouder. De arts. Mogelijk de school. Beloof geen geheimhouding die je tiener, als je je eraan houdt, minder veilig laat zijn. Wees eerlijk. Ik ga het vertellen aan mensen die kunnen helpen. Ik zeg je altijd wie ik het vertel.
Doe geen toezeggingen over wat er bij 112, de crisisdienst of in het ziekenhuis gaat gebeuren. Ze houden je niet binnen. Ze nemen je telefoon niet af. Ze laten je vanavond gewoon naar huis. Dat weet je allemaal niet. De gang van zaken bij het ziekenhuis en bij de crisisdienst verschilt. Voorspel niet wat je niet kunt voorspellen. Ik weet niet precies wat er gaat gebeuren. Ik ben er bij je.
Gebruik dit moment niet om de onderliggende dingen aan te pakken. Wat het grotere patroon ook is (een vriendschap die misging, gepest worden, iets in een relatie bij je mede-ouder, een behandeling voor een eetstoornis die slecht liep), dit is niet het moment om dat aan te pakken. De crisis is iets op zichzelf. Het bredere werk gaat daarna verder.
Straf niet. Ook als een deel van je boos is, dit is niet het moment voor consequenties. We praten er morgen over is prima. Hiermee heb je jezelf huisarrest bezorgd niet. Bewaar het grotere gesprek tot de crisis onder controle is.
Geef je mede-ouder niet de schuld waar je tiener bij is. Ook als je vermoedt dat het huis van je mede-ouder deel uitmaakt van wat er speelt. Je tiener heeft dat gesprek nu niet nodig. Het gesprek met je mede-ouder komt later, tussen volwassenen.
Ga niet op social media. Plaats er niets over. App er geen vrienden over. Zoek geen troost bij mensen online terwijl je tiener in crisis is. Jouw aandacht is in de kamer.
Wanneer je naar het ziekenhuis gaat
Een paar markers.
Ga naar het ziekenhuis, of bel 112, als een van de volgende dingen geldt.
Je tiener heeft net een poging tot zelfdoding of zelfbeschadiging gedaan op een manier die ernstig lichamelijk letsel heeft veroorzaakt of kan veroorzaken. Heeft iets ingenomen wat niet kan. Is niet aanspreekbaar, half bij bewustzijn, of vertoont tekenen dat het lichaam het begeeft. Is ingestort. Is snel afgevallen met zwakte, duizeligheid of flauwvallen. Heeft ernstige benauwdheid, pijn op de borst of andere acute lichamelijke klachten. Is weggelopen en je weet niet waar hij of zij is.
Weet je het niet zeker, bel dan de crisislijn. Zij helpen je beslissen of je naar het ziekenhuis gaat, 112 belt, of thuis blijft met telefonische ondersteuning.
De route in het ziekenhuis, in het kort
Ga je naar het ziekenhuis, dan gebeurt vaak het volgende. (De precieze gang van zaken verschilt per ziekenhuis.)
Er wordt een triage gedaan. Het ziekenhuis kijkt eerst naar lichamelijk letsel of naar tekenen dat het lichaam het begeeft. Ze behandelen wat meteen medische zorg nodig heeft.
Daarna kan een psychiatrische beoordeling volgen. Een hulpverlener uit de geestelijke gezondheidszorg praat met je tiener, apart met jou, en mogelijk met jullie samen. Ze schatten het acute risico in. Ze adviseren een volgende stap.
Die volgende stap kan een opname zijn. Het kan ontslag zijn met een vervolgafspraak (een afspraak binnen een paar dagen). Het kan een verwijzing naar een specifieke instelling zijn. Het kan een verblijf in een opvangruimte zijn terwijl het team de juiste route uitzoekt.
Je kunt uren in het ziekenhuis zijn. Neem water mee, een oplader voor je telefoon, en iets om te lezen of rustig te doen. Neem als het kan ook iets voor je tiener mee (een vest, een boek, een telefoon of oplader).
Het ziekenhuis kan voor je tiener heftig zijn. Er kan wachten bij komen kijken. Verschillende medewerkers stellen mogelijk steeds dezelfde vragen. Er kunnen momenten zijn waarop hij of zij zich bang, beschaamd of onzichtbaar voelt. Blijf dichtbij. Wees degene die rustig blijft.
Wordt je tiener opgenomen, dan begint er voor het gezin een nieuwe fase. Er volgen bezoeken, gesprekken, het opstellen van een behandeling. Je mede-ouder hoort er vanaf het begin bij te zijn. Module 11, Nieuwe partners & samengestelde gezinnen, gaat hier deels op in.
Het je mede-ouder vertellen
Je mede-ouder moet het te horen krijgen, ongeacht wiens avond het is, ongeacht hoe de verhouding tussen jullie tweeën is, ongeacht of je denkt dat hij of zij behulpzaam zal zijn.
Een paar patronen helpen.
Bel zodra het veilig kan. Als het kan niet vanuit de kamer waar je tiener is. Stap de gang op of een andere kamer in.
Wees helder en rustig. Lily is in crisis. Ze is thuis bij mij. Ik heb de huisarts gebeld. Ik denk dat we naar het ziekenhuis moeten. Of Lily is in het ziekenhuis. Ik ben bij haar. We wachten op het psychiatrisch team. Draai er niet omheen. Verzacht de situatie niet.
Zeg wat je van hem of haar nodig hebt. Kun je naar het ziekenhuis komen? Kun je vanavond voor de jongste zorgen? Kun je oma bellen? Kun je rustig blijven? Je mede-ouder weet niet per se wat je nodig hebt; zeg het.
Als je mede-ouder onbehulpzaam of schadelijk reageert. Sommige mede-ouders reageren slecht in een crisis. Ze geven de schuld. Ze raken in paniek. Ze proberen de controle te grijpen. Ze vallen stil. Laat je daar nu niet in meetrekken. Ik moet me op Lily richten. Ik bel je als er nieuws is. Beëindig het gesprek als het moet.
Als je mede-ouder zelf in crisis of niet veilig is. Dat is zeldzaam, maar het komt voor. Als het vertellen aan je mede-ouder een tweede crisis veroorzaakt, gaat de veiligheid van je tiener voor. Vertel het dan aan een vertrouwde volwassene en regel het betrekken van je mede-ouder zodra de directe situatie onder controle is. Module 17, Wanneer de andere ouder niet oké is, gaat over dit terrein.
Wat je doet als de directe crisis voorbij is
De nacht is lang. Het ziekenhuis, als je er was, liet je uiteindelijk naar huis. Of de crisislijn bleef telefonisch bij je tot het moment voorbij was. Of je tiener ging uitgeput naar bed, met jou in de kamer ernaast.
Morgen is een dag op zich. Een paar korte aantekeningen.
Ga er niet van uit dat het voorbij is. Een crisis die onder controle is, is niet hetzelfde als een crisis die opgelost is. De onderliggende moeite is er nog. Het risico op een nieuwe crisis blijft, soms wekenlang. Blijf dichtbij. Blijf alert. Zorg dat er vervolgafspraken staan.
Zorg dat er gespecialiseerde hulp komt. Was je tiener voor vanavond nog niet in behandeling voor de geestelijke gezondheid, dan moet dat vanaf nu wel. Het ziekenhuis of de crisislijn geeft je een verwijzing of namen. Gebruik die. De jeugd-ggz kent helaas vaak wachtlijsten; laat de volgende afspraak niet voorbijglippen, en weet dat je huisarts en de POH-ggz je in de tussentijd kunnen steunen.
Vertel het de school. Voor sommige gezinnen is dat een lastige afweging. Over het algemeen kan de school je tiener tijdens het herstel steunen als je het vertelt (specifiek aan de mentor of zorgcoördinator, niet aan de hele lerarenkamer). Beslis dit samen met je mede-ouder en het behandelteam. Veel tieners doen het beter als de school het weet.
Slaap, uiteindelijk. Je hebt op adrenaline gelopen. Het lichaam haalt het in. Vecht er niet tegen; rust wanneer je kunt.
Leun op mensen. Vrienden, familie, je therapeut, een oudergroep. Je hebt iets zwaars doorgemaakt. Je hoeft de herstelperiode niet alleen te dragen.
Wat je voor jezelf doet
Een korte aantekening die in dit artikel hoort.
Een tiener in crisis betekent een ouder in crisis. De angst, de schrik, de slapeloze nachten, het twijfelen aan jezelf, de schuld, het niet-weten. Allemaal echt.
Je hebt steun nodig. Je eigen huisarts. Je eigen therapeut, als je die hebt. Een vertrouwde vriend of vriendin die kan luisteren zonder het te willen oplossen. Een oudergroep, als die er is. Heb je geen therapeut, dan is dit het moment om er een te zoeken. Het herstel van je tiener gaat beter als ook jij gedragen wordt.
Merk je dat je niet meer kunt functioneren, dat je een paar nachten niet kunt slapen, dat je opdringerige gedachten hebt, of dat je je eigen crisis doormaakt, haal dan vandaag nog hulp. De crisislijnen zijn er ook voor ouders. De huisarts ook.
De langere boog
Een crisis is een moment. Herstel is een weg.
De meeste tieners die een crisis doormaken, herstellen. Met professionele hulp, stabiliteit thuis en tijd gaat de grote meerderheid een vol leven leiden. De crisis wordt een deel van hun verhaal, niet het einde ervan.
Wat herstel voorspelt: vroege gespecialiseerde hulp na de crisis, stabiliteit in het gezin, dat je tiener stabiele volwassenen heeft die zichtbaar blijven, dat de onderliggende moeite na verloop van tijd wordt aangepakt, en dat de thuissituatie die moeite draagt in plaats van versterkt.
Jij bent hier een deel van. Je mede-ouder is hier een deel van. Het behandelteam is hier een deel van. De school, als je die erbij betrekt, is hier een deel van. Samen vormen jullie het geheel dat je tiener draagt door wat komen gaat.
Meet jezelf niet af aan de vraag of vanavond perfect was. Je was er. Je bleef. Je haalde hulp. Dat is het werk. De dagen, weken en maanden die komen, zijn de langzame wederopbouw. Die doe je ook.
De landing
Twee dagen later. Ze is thuis. Het ziekenhuis ontsloeg haar met een vervolgafspraak voor morgen. Je mede-ouder kwam die avond naar het ziekenhuis en is sindsdien rustig, steunend en aanwezig geweest. De school is ingelicht. De mentor gaat meedenken.
Vanavond ligt ze op de bank, met jou een film te kijken. Ze is stiller dan anders. Ze is ook nog steeds hier. Ze heeft iets gegeten. De film is er een die ze al eens heeft gezien; je zette hem op omdat hij vertrouwd voelt.
Ze legt haar hoofd even op je schouder. Je blijft stil zitten. Na een tijdje zegt ze: Sorry mam. Jij zegt: Je hoeft geen sorry te zeggen. Ik ben gewoon zo blij dat je er bent.
Je mede-ouder komt over een uur om haar voor een paar nachten mee te nemen. Jullie hebben afgesproken dat ze het eerste deel van de herstelperiode bij hem of haar is, omdat dat huis dichter bij het ziekenhuis en de afspraak van morgen ligt. Jullie tweeën praten sinds de crisis aan één stuk door. De verhouding tussen jullie is verschoven op een manier die je niet had verwacht; de crisis heeft gedaan wat jaren van proberen niet lukte.
Dat is de landing. Niet voorbij. Nog lang niet. Maar onder controle, voor nu. De behandeling ligt voor je. De verhouding, zowel met je tiener als met je mede-ouder, eerlijker dan die geweest is. Het huishouden gedragen.
Ze komt er wel. Niet per se volgende week. Waarschijnlijk dit jaar, met zorg. Vrijwel zeker binnen de komende paar jaar.
Je deed het goede door dit te lezen. Je deed het goede door bij haar te blijven. Je deed het goede door te bellen. De rest is van nu af aan.
Dit is ondersteunende zelfhulp, geen medisch, psychologisch of juridisch advies, en geen vervanging voor een gekwalificeerde professional. Als jij of je kind in gevaar kan zijn, bel dan de lokale hulpdiensten.