De ouderavond die op de verkeerde avond viel
By the dip team · Clinical consultant: Pauline Sam, MD ·

De ouderavond die op de verkeerde avond viel
Module 03 · Schoolkindroutines · Artikel 11 · Wave 2 · 4-12 jaar
De school stuurt een mail. Informatieavond over het lesprogramma voor groep 6. Dinsdag om 18:30 in de aula.
Je kijkt op de kalender.
Dinsdag is de avond van je mede-ouder.
Je hebt drie opties. Toch gaan, ook al heb je je kind die avond niet. Niet gaan en je mede-ouder vragen om je achteraf bij te praten. Een tijdelijke ruil voorstellen, zodat je kind dinsdag bij jou blijft en jij naar de schoolavond gaat.
Elke optie heeft zijn eigen kleine gevolgen. Bij de eerste blijft je mede-ouder thuis met je kind terwijl jij op school zit, en dat kan veelzeggend voelen als de verhouding tussen jullie kwetsbaar is. Bij de tweede krijg je de informatie niet uit de eerste hand. Bij de derde verstoor je het schema waar je kind net in zit.
Dit artikel gaat over de schoolactiviteit die op de verkeerde avond valt. Informatieavonden. Schoolconcerten. Sportdagen. Klassenvoorstellingen. Avonden waarop iets wordt uitgereikt. De schoolactiviteiten die geen echt oudergesprek zijn, maar waar wel van ouders wordt verwacht dat ze komen.
De beslissing doet er niet toe omdat die ene activiteit zo cruciaal is (de meeste zijn dat los van elkaar niet), maar omdat de manier waaróp je beslist iets laat zien over hoe jullie het ouderschap samen hebben ingericht. Krijg je dat patroon eenmaal rond, dan worden de losse beslissingen vanzelf makkelijk.
De standaardregel
De standaard die voor de meeste gezinnen werkt. Beide ouders gaan, wiens avond het ook is.
Het maakt de school niet uit van wie het kind die avond is. De juf of meester niet. De andere ouders op de activiteit ook niet. En je kind al helemaal niet; sterker nog, je kind vindt het meestal fijn om beide ouders bij een schoolactiviteit te zien. Het idee is simpel: de schoolactiviteit is er voor het kind. Beide ouders zijn de ouders van dat kind. Beide gaan.
Dit geldt voor bijna elke schoolavond in de basisschooltijd. Informatieavonden. Klassenvoorstellingen. Concerten. Sportdagen. Uitreikingen. Eindejaarsvoorstellingen.
Het schema raakt niet verstoord. Je mede-ouder heeft je kind de rest van de avond. Jullie zijn samen bij de activiteit zolang die duurt, en daarna gaat ieder zijns weegs. Het kind gaat mee naar huis met de ouder van wie het die avond is.
Dit werkt zolang de sfeer tussen jullie in de ruimte zelf te doen is. (Het artikel over oudergesprekken gaat daar uitgebreider op in.) Als anderhalf uur naast elkaar zitten zichtbaar zou zijn voor je kind of voor de juf of meester, dan verandert de opstelling. Jullie zitten in verschillende delen van de aula. Jullie komen los van elkaar binnen. Jullie vertrekken los van elkaar.
De uitzondering: als het allebei lastig én onbelangrijk is
Een klein aantal schoolavonden is het niet waard om er in levenden lijve heen te gaan.
De vrijblijvende informatieavond die vooral over de organisatie gaat. De inloopochtend waar ouders het werk van de kinderen bekijken. Het ouderforum waar de directeur gaat herhalen wat aan het begin van het schooljaar al verteld is.
Hiervoor is één ouder die gaat prima. De beslissing is logistiek, niet emotioneel. Ga jij naar de informatieavond? Ik kan niet, ik heb die avond een werkafspraak. Ik ga wel en stuur je een samenvatting. Klaar.
De afspraak is dat wie er heen gaat, de informatie achteraf helder doorgeeft. Ze hadden het over drie dingen. Een nieuw rooster voor gym. Het rekenprogramma verandert na de kerstvakantie. Schoolreisje naar het museum in maart. Meer niet. Diezelfde avond verstuurd, of de volgende ochtend.
Als geen van beide ouders gaat, stuurt de school meestal een mail na met een samenvatting. Lees die. De meeste van dit soort avonden leveren geen informatie op die je per se moet hebben.
De uitzondering: als allebei gaan niet werkt
Bij sommige situaties is het echt moeilijk om met beide ouders te komen.
Jij en je mede-ouder zijn nog niet zover dat jullie comfortabel een hele activiteit lang in dezelfde ruimte kunnen zitten. De activiteit is op een plek met weinig plaats (een klein lokaal, een kleine aula). Een van jullie neemt een nieuwe partner mee. Een van jullie vindt het ongemakkelijk om samen gezien te worden.
Hiervoor werkt afwisselen. Ik doe de klassenvoorstelling van dit blok. Jij die van het volgende. Ik doe de informatieavond. Jij de sportdag. De activiteiten zijn gedekt. Beide ouders komen verspreid over het jaar. Het kind ziet ze allebei verspreid over het jaar bij schoolactiviteiten.
Wat er misgaat met afwisselen. De ene ouder gaat stilletjes vaker dan de andere. De balans verschuift. Het kind merkt het. Papa was er bij het concert vorige keer. Mama kwam dit keer niet.
De oplossing. Een simpele gedeelde kalender met de schoolactiviteiten en een vinkje bij wie er naar elke activiteit gaat. Niet als wapen. Gewoon praktisch. De activiteiten worden verdeeld. Over het jaar komt de balans vanzelf goed.
De klassenvoorstelling en het schoolconcert
Een bepaald soort schoolactiviteit verdient een aparte vermelding. De activiteiten waarbij je kind zelf optreedt of in het zonnetje wordt gezet.
De klassenvoorstelling waarin je kind een tekst heeft. Het concert waarbij ze piano speelt. De sportdag waarbij ze de estafette loopt. De eindejaarsvoorstelling waarin ze een eigen zin heeft.
Hiervoor komen beide ouders, als het maar enigszins kan. Je kind zoekt allebei haar ouders in het publiek. Of je er bent of niet, dat wordt gevoeld.
Dit is het moment waarop de vraag van wie is het deze avond er niet meer toe doet. De avond is van het kind. Beide ouders komen opdagen. Het schema pakt de volgende ochtend gewoon weer op.
Als maar één ouder kan komen (een van jullie is op reis, een van jullie kan echt niet), zorg dan dat je kind dat van tevoren weet. Papa kan er morgen niet bij zijn, want hij is voor zijn werk in het buitenland. Hij kijkt het filmpje terug. Ik ben er wel. Een kind kan een afwezigheid beter aan als die van tevoren benoemd is dan wanneer de lege plek halverwege het optreden opeens opvalt.
Als je mede-ouder ervoor kiest om niet te komen bij iets waar je kind optreedt, dan zegt dat iets over hem, niet over jou. Probeer dat niet goed te maken door zelf dubbel zichtbaar te zijn. Trek je kind achteraf niet apart om te benadrukken dat jij er wél was. Kinderen prikken daar dwars doorheen. Het stelt ze niet gerust.
De kwestie van de sportdag
De sportdag verdient een eigen stukje, want het is steevast een van de lastigere activiteiten.
Het is buiten. Er is vaak eten bij. En er hangt status omheen in de ouderwereld van de school. Andere ouders letten op wie er met wie is. Je kind presteert voor een publiek waar allebei haar ouders bij zitten, en ook de ouders van anderen.
De juiste aanpak voor de sportdag is dezelfde als bij de rest: beide ouders komen, je zit bij elkaar als dat kan, en in verschillende delen van het publiek als dat niet kan. Jullie moedigen allebei je kind aan. Jullie klappen allebei.
Wat er mis kan gaan. De ene ouder neemt een nieuwe partner mee die nog nooit bij een schoolactiviteit is geweest. De ouderwereld van de school merkt het. De andere ouder merkt het. Je kind merkt het. En het kind moet ter plekke drie soorten gevoelens zien te managen.
Als je een nieuwe partner introduceert in de schoolwereld, dan is de sportdag niet de juiste eerste gelegenheid. Kies iets waar minder mensen op afkomen. Kies iets waarbij je kind niet op het podium staat. Laat het je mede-ouder van tevoren weten, al is het maar uit beleefdheid dat het eraan komt.
De activiteit overdag
Sommige schoolactiviteiten vallen onder schooltijd. Een presentatie in de klas om 10 uur. Een schrijver op bezoek om 1 uur. Een eindejaarsviering om 2 uur.
Dit zijn planningskwesties. Ze vragen dat je vrij neemt van je werk. Ze gaan niet over wiens avond het is. Ze gaan over wie weg kan van werk, wie dichterbij werkt, wie een flexibeler rooster heeft.
De regel die werkt. Wie kan komen, komt. Kunnen jullie allebei, dan gaan jullie allebei. Kan er maar één, dan krijgt de afwezige ouder diezelfde avond een heldere samenvatting. Kan geen van beiden, dan weet het kind dat van tevoren. We hebben die dag allebei werkverplichtingen. We zijn er niet bij. We zijn toch trots op je. Vertel ons er vanavond alles over.
Kinderen kunnen er goed mee omgaan als een volwassene er bij een schoolactiviteit niet bij is, zolang het voorspelbaar is en benoemd wordt. Ze kunnen er slecht mee omgaan als het een teleurstelling op het laatste moment is.
Tot slot
Dinsdagavond. De informatieavond. Jij en je mede-ouder zijn er allebei. Jullie zitten een paar stoelen uit elkaar. De juf of meester geeft jullie allebei hetzelfde verhaal. Je mede-ouder gaat achteraf met het kind naar huis. Jij gaat naar je eigen huis. Het schema liep gewoon door.
Drie weken later, de klassenvoorstelling. Hetzelfde patroon. Allebei aanwezig. Allebei klappen. Je kind ziet allebei haar ouders in het publiek.
De regel is niet ingewikkeld. De schoolactiviteiten zijn er voor het kind. Beide ouders gaan. Het schema is stevig genoeg om een onderbreking van anderhalf uur op te vangen.
Wat er na verloop van tijd ontstaat, is een vanzelfsprekendheid rond schoolactiviteiten. Beide ouders komen. Beide ouders zijn er. Het kind groeit op met het idee dat het zo hoort te gaan.
Dit is ondersteunende zelfhulp, geen medisch, psychologisch of juridisch advies, en geen vervanging voor een gekwalificeerde professional. Als jij of je kind in gevaar kan zijn, bel dan de lokale hulpdiensten.