dip
Koop een koffie
Module 03 · Schoolweek-routines

Het tienminutengesprek. Samen, om de beurt, apart

By the dip team · Clinical consultant: Pauline Sam, MD ·

4–78–129 min lezen
Het tienminutengesprek. Samen, om de beurt, apart

Het tienminutengesprek. Samen, om de beurt, apart

Module 03 · Schoolkindroutines · Artikel 07 · Wave 2 · 4–7, 8–12


De school stuurt een mail. Tienminutengesprekken volgende week woensdag. Sloten tussen 16:00 en 19:00. Graag online inplannen.

Je leest hem twee keer. De vragen komen in deze volgorde.

Gaan we allebei? Gaan we samen? Gaan we op hetzelfde moment, maar in twee sloten? Gaat een van ons en koppelt die het daarna terug? Is de leerkracht eigenlijk wel ingesteld op twee ouders in twee sloten, of op twee ouders in hetzelfde slot die in aparte auto's zijn gekomen?

Dit is de vraag rond het oudergesprek. Hij lijkt klein. Twee keer per jaar is dit het moment dat het meest betrouwbaar laat zien hoe jij en je mede-ouder er met elkaar voor staan.

Dit artikel gaat over hoe je deze gesprekken goed aanpakt. Het inplannen. De aankomst. Het gesprek met de leerkracht. Het gesprek tussen jullie tweeën erna. De rit naar huis, als die er is, waarin je kind wil weten wat er gezegd is.

Het gaat niet over welke opzet de juiste is. Die is er niet. De juiste opzet is degene die de leerkracht zijn werk laat doen, beide ouders dezelfde informatie geeft, en je kind niet tot publiek maakt van spanning tussen volwassenen.

De drie opzetten

Drie patronen komen vaak voor.

Beide ouders, één slot, samen. Jij en je mede-ouder plannen één slot in en gaan samen. De leerkracht ziet jullie allebei. Je hoort dezelfde dingen op hetzelfde moment. Vragen worden één keer gesteld.

Dit werkt als het tussen jullie tweeën genoeg in orde is om tien minuten naast elkaar te zitten zonder dat het benauwd wordt in de kamer. Niet warm, gewoon werkbaar. De leerkracht voelt de sfeer binnen dertig seconden aan. Als de lucht zwaar hangt, verzacht hij zijn feedback om gedoe te vermijden. Dan krijg je minder te horen.

Beide ouders, twee sloten, apart. Jij plant één slot in. Je mede-ouder plant een ander slot in. Ieder van jullie ziet de leerkracht apart. De leerkracht herhaalt zichzelf twee keer.

Dit is de juiste keuze als de dynamiek in de kamer tussen jullie tweeën de leerkracht zijn openheid zou kosten. Het is ook de juiste keuze als een van jullie het slot zou domineren en de ander niet de vragen zou kunnen stellen waarvoor die kwam. Veel leerkrachten hebben hier de voorkeur voor bij situaties met meer spanning, omdat ze zo allebei de ouders eerlijke feedback kunnen geven.

Wat het kost, is de tijd van de leerkracht. Sommige scholen stellen een maximum aan het aantal sloten per kind. Als die van jou dat doet, vraag dan vooraf of de school twee sloten kan aanbieden voor gescheiden ouders.

Eén ouder, met terugkoppeling. Een van jullie gaat. De ander niet. Degene die ging, typt die avond wat aantekeningen uit of belt de mede-ouder onderweg naar huis.

Dit werkt voor de gesprekken met minder op het spel, zoals een korte tussentijdse check, waar het vooral gaat over lezen gaat goed, vriendschappen zitten goed, geen zorgen. Het werkt niet voor de grotere gesprekken, zoals het rapportgesprek of een gesprek dat is belegd vanwege een specifieke zorg. Daarvoor moeten beide ouders in de kamer zijn, in een of andere vorm, op het moment zelf.

De combinatie waar de meeste gezinnen na een paar jaar op uitkomen, is gemengd. Sommige gesprekken samen. Sommige apart. Sommige met één ouder erbij die het terugkoppelt. De keuze per gesprek hangt af van waar het gesprek over gaat.

Hoe je beslist

Drie vragen, in volgorde.

Houdt de kamer ons allebei? Is het antwoord ja, dan is samen meestal het efficiëntst. Is het antwoord nee, of houdt de kamer ons wel maar leest de leerkracht het als een vijandige sfeer, dan zijn twee sloten beter.

Waar gaat het gesprek over? Een algemene check verdraagt elke opzet. Een gesprek dat is belegd vanwege een specifieke zorg, of die nou over leren, gedrag of de omgang met andere kinderen gaat, vraagt om beide ouders, in een of andere vorm. Een gesprek over iets waarover een van jullie vroeger besliste zonder de ander te raadplegen, zoals een overstap naar een andere school of een verwijzing, vraagt eveneens om beide ouders.

Wat heeft de leerkracht van ons nodig? Soms moet de leerkracht één gezamenlijke boodschap overbrengen en beide ouders laten instemmen met hetzelfde plan. Dan past samen. Soms moet de leerkracht van elke ouder apart horen, omdat wat je kind bij het ene huis doet anders is dan bij het andere. Dan passen twee sloten.

Het antwoord op die derde vraag krijg je zelden van de leerkracht zelf. Dat moet je aanvoelen. Twijfel je, vraag het dan aan de school. We zijn gescheiden ouders. Welke opzet heeft jullie voorkeur voor het gesprek van volgende week? De meeste leerkrachten zeggen het wel, als je het rechtstreeks vraagt.

Inplannen

Wie de mail van school als eerste ziet, plant in, in overleg met de mede-ouder.

Het principe. Plan niet in zonder het de mede-ouder te laten weten. En laat het de mede-ouder niet zó terloops weten dat die het niet op tijd ziet. Ik heb het slot voor het oudergesprek woensdagavond geboekt. Kom je ook? Verstuurd op de dag dat de mail binnenkomt, niet de dag voor het gesprek.

Ga je samen, boek dan één slot. Ga je voor twee sloten, boek dan het slot dat je wilt en laat de mede-ouder weten welke sloten nog vrij zijn. Boek niet zomaar jouw slot én dat van de ander zonder te overleggen. Volwassenen boeken hun eigen slot.

Laat het boekingssysteem van school maar één ouder per gezin boeken, wat soms zo is, zeker als beide ouders één mailadres delen met de school, spreek dan af wie er boekt. Vergeet die het, dan is de terugvaloptie om de school rechtstreeks te mailen. Wij zijn de ouders van [naam]. We willen graag apart komen. Zouden jullie twee sloten kunnen regelen?

Op de dag zelf

Ga je samen, spreek dan vooraf een paar simpele afspraken af. Wie er als eerste is. Waar je wacht. Wie als eerste het woord neemt. Welke vragen ieder van jullie stelt. Wie aantekeningen maakt.

Een deel hiervan klinkt overdreven. Dat is het niet, de eerste paar keer. Juist het ontbreken van zo'n kleine afspraak maakt de kamer ongemakkelijk. Waar ga ik zitten? Als je het hebt afgesproken, zit je daar. De leerkracht ziet een ouderteam, niet twee volwassenen die over stoelen onderhandelen.

Neem geen broertjes of zusjes mee de gesprekskamer in, ook niet de jongere. Neem geen nieuwe partners mee. Neem geen opa's of oma's mee. Het gesprek is voor de ouders en de leerkracht. Andere volwassenen kunnen op de gang wachten.

Ga je apart, behandel je slot dan als het jouwe. Het slot van de mede-ouder is van de mede-ouder. Stel de leerkracht geen vragen die bedoeld zijn om eruit te trekken wat de mede-ouder in zijn slot heeft gezegd. Leerkrachten hebben dat door. Die gaan er omheen.

Wat er in de kamer gezegd wordt

Drie dingen doen ertoe.

De feitelijke stand van zaken. Hoe gaat het met je kind op school? Loopt het lekker, of zijn er hiaten?

Het sociale beeld. Hoe gaat het met je kind tussen de andere kinderen? Zijn er vriendjes? Speelt er iets lastigs op het plein?

Het beeld van thuis. Is er iets wat de leerkracht moet weten over wat er thuis speelt? Hier kan de scheiding even ter sprake komen, kort. We zijn afgelopen zomer uit elkaar gegaan. We doen het samen, om en om. Met de regeling gaat het wel oké. Dat is genoeg. Het langere verhaal hoeft de leerkracht niet.

Gebruik het oudergesprek niet om de mede-ouder voor het gerecht te slepen. Gebruik het niet om te suggereren dat je kind het zwaar heeft bij het andere huis. Gebruik het niet om de leerkracht partij te laten kiezen in een meningsverschil over de opvoeding.

De leerkracht weet wat hij weet over je kind, vanuit de klas. Hij doet geen uitspraak over jullie scheiding. Als hij merkt dat je hem aan jouw kant probeert te trekken, verliest hij vertrouwen in beide ouders.

Na het gesprek

Ging je samen, dan is het moment na afloop simpel. Je loopt naar buiten. Je vergelijkt even wat aantekeningen. En dan gaan jullie ieder je eigen weg, of een van jullie neemt het kind mee naar huis, afhankelijk van wie het die avond heeft.

Ging je apart, dan is het werk na afloop reëel. De ouder die als tweede ging, stuurt de ouder die als eerste ging binnen vierentwintig uur een bericht. De leerkracht gesproken. Hetzelfde als bij jou, plus iets nieuws over rekenen. Is er ergens een verschil in wat de leerkracht tegen ieder van jullie zei, benoem dat dan. Het ging tegen mij over dat gedoe met [naam], maar blijkbaar niet tegen jou. Even zodat je het weet.

Het punt hiervan is niet vergelijken wie de betere informatie kreeg. Het is zorgen dat jij en je mede-ouder vanuit hetzelfde beeld van je kind werken.

Ben jij degene die ging en je mede-ouder niet, stuur dan een korte samenvatting. Twee of drie zinnen. Het feitelijke, het sociale, en eventuele actiepunten.

Wat je kind wil weten

De rit naar huis. Wat zei de juf?

Het eerlijke, bij de leeftijd passende antwoord is een versie van ze zei dat het goed met je gaat. Ze noemde [één specifiek ding], en daar gaan we samen aan werken. Je kind wil weten dat er niets aan de hand is. Vertel het dat, als het klopt. Je kind wil weten dat de ouders hetzelfde hebben gehoord. Vertel het dat, ook al ging je in aparte sloten.

Vertel je kind niet wat de leerkracht zei over het andere huis. Ook niet als het iets was als het huiswerk komt er minder consequent door als [naam] bij het andere huis is. Dat de leerkracht dat tegen één ouder zegt, is informatie die de ouders onderling afhandelen. Niet iets om je kind mee op te zadelen.

Je kind heeft de hele week stilletjes zitten wachten om erachter te komen of de juf het leuk vindt en of de ouders hetzelfde hebben gehoord. Geef de simpele, ware antwoorden. Het grotere gesprek is voor volwassenen.

De landing

Woensdagmiddag. Jij en je mede-ouder zitten in twee sloten, een kwartier na elkaar. De leerkracht vertelt jullie allebei dezelfde dingen. Vriendschappen zijn goed. Rekenen heeft aandacht nodig. Ze is een plezier in de klas.

Je stuurt je mede-ouder een bericht. Hetzelfde als bij jou, klinkt het. Dat met rekenen. Zullen we even bedenken hoe we dat aanpakken? Binnen een uur is er antwoord. Jullie beslissen het samen. De school hoeft er verder niet bij betrokken te worden.

Je kind komt thuis. Ze vraagt ernaar. Je vertelt haar de waarheid, luchtig. De juf vindt je echt leuk. Ze noemde dat met rekenen, dat wisten we al. We gaan er gewoon wat meer mee oefenen.

Je kind ontspant. Het hield stand.

Waar dit artikel voor is. Niet voor het perfecte oudergesprek. Voor de stap van dit wordt ongemakkelijk naar dit is gewoon iets wat we afhandelen, twee keer per jaar, en we weten hoe.

Dit is ondersteunende zelfhulp, geen medisch, psychologisch of juridisch advies, en geen vervanging voor een gekwalificeerde professional. Als jij of je kind in gevaar kan zijn, bel dan de lokale hulpdiensten.