dip
Koop een koffie
Module 03 · Schoolweek-routines

Het vriendinnetje van wie je mede-ouder de ouders niet mag

By the dip team · Clinical consultant: Pauline Sam, MD ·

4–78–129 min lezen
Het vriendinnetje van wie je mede-ouder de ouders niet mag

Het vriendinnetje van wie je mede-ouder de ouders niet mag

Module 03 · Schoolkindroutines · Artikel 24 · Wave 1 · 4-12 jaar


Het beste vriendinnetje van je dochter is Mia.

Mia is een fijn kind. Zij en je dochter zitten in dezelfde klas. Ze hebben dezelfde humor. Ze moeten om dezelfde dingen lachen. Ze zijn al twee jaar dik met elkaar.

Je mede-ouder mag de ouders van Mia niet.

Het is geen felle afkeer. Eerder een vaste, lichte aarzeling. Hij vindt de moeder van Mia luidruchtig op schoolavonden. Hij vindt de vader van Mia te zelfverzekerd. Hij vermoedt, terecht of niet, dat het gezin van Mia er andere waarden op nahoudt dan hijzelf. Als je mede-ouder de keuze heeft om naar iets te gaan waar het gezin van Mia ook is, slaat hij het vaak over.

Dit speelt tussen de volwassenen. De ouders van Mia weten het waarschijnlijk niet. Je mede-ouder zegt nooit iets gemeens. De twee meisjes merken van de spanning niets.

Maar de vriendschap brengt logistiek met zich mee. Logeerpartijtjes. Verjaardagen. Gewoon even afspreken om te spelen. Voor elk daarvan moet de ouder die aan de beurt is contact hebben met het gezin van Mia. En één ouder, degene die het gezin van Mia niet mag, heeft van zijn kant de ruimte voor die vriendschap stilletjes wat kleiner gemaakt.

Dit artikel gaat over die situatie. De vriendschap op schoolleeftijd die de ene ouder omarmt en de andere stilletjes tegenhoudt. Het vriendinnetje van wie de familie prima is, maar niet voor jullie allebei.

Waarom dit gebeurt

Het gebeurt om een paar redenen.

Een cultuurverschil. Het andere gezin heeft een andere kijk op opvoeding, geloof, eten, taal, geld, vrienden. De verschillen zijn echt. Je mede-ouder vindt ze afstotend.

Een persoonlijke geschiedenis. Je mede-ouder had op een gegeven moment een vervelend contact met een van de ouders van het vriendinnetje. Een misverstand op een schoolavond. Een opmerking die verkeerd viel. De band tussen de volwassenen is daar nooit van hersteld.

Een gevoel rond klasse of status. Je mede-ouder ziet het gezin van het vriendinnetje als hoger of lager op de maatschappelijke ladder, met een impliciet oordeel de ene of de andere kant op. Dat is ongemakkelijk om uit te spreken; het zit in de toon, niet in de woorden.

Een specifieke zorg. Je mede-ouder denkt dat het gezin van het vriendinnetje op een bepaalde manier een slechte invloed is op het kind. Thuis gaat het er vrijer aan toe dan je mede-ouder prettig vindt. De ouders drinken stevig. Er is een broer of zus die iets doet waar je mede-ouder het niet mee eens is.

Gewoon: het klikt niet. Soms botert het niet tussen volwassenen. Je mede-ouder en de ouders van het vriendinnetje liggen elkaar niet, zonder dat daar een aanwijsbare reden voor is.

De reden doet ertoe voor hoe je de situatie aanpakt. Een specifieke zorg, waarbij het thuis echt onveilig is, vraagt om een andere benadering dan een cultuurverschil, waarbij de gezinnen verschillen maar geen van beide onveilig is.

Wat een kind niet hoeft te dragen

Het eerste uitgangspunt. Het kind draagt niet de gevoelens van de volwassenen over de familie van het vriendinnetje.

Dat klinkt vanzelfsprekend. Het is lastiger dan het klinkt.

Heel concreet. De mede-ouder die de ouders van Mia niet mag:

  • Zegt tegen het kind niets negatiefs over Mia of over de ouders van Mia.
  • Zucht niet en rolt niet met de ogen als de naam van Mia valt.
  • Stelt geen achterdochtige vragen over wat er bij Mia thuis gebeurt.
  • Gaat niet stiekem de concurrentie aan met wat het gezin van Mia doet (is de familie van Mia in de vakantie naar het strand geweest? Nou, wij gaan ergens nóg leukers naartoe.).
  • Regelt de uitnodigingen van Mia niet met minder enthousiasme dan andere uitnodigingen.

Die kleine signalen tellen op. De meeste kinderen hebben het tegen hun tiende wel door. Ze merken dat de ene ouder iets heeft met de familie van Mia. Ze gaan filteren wat ze over Mia vertellen.

Dat een kind de vrijheid kwijtraakt om over een dierbare vriendschap te praten, is echte schade. De vriendschap wordt dan misschien iets van het kind alleen, iets wat het kind weghoudt bij de ouder die er moeite mee heeft.

De ondergrens. Beide ouders blijven neutraal over alle vriendjes en vriendinnetjes van het kind, hoe ze er privé ook over denken.

Ben jij de ouder die iets heeft met de familie van Mia, dan is het de kunst om dat bij het kind weg te houden. Lucht je hart bij een vriend. Lucht je hart bij een hulpverlener. Lucht je hart niet bij het kind.

Wanneer je mede-ouder stilletjes tegenhoudt

De iets lastigere variant. Je mede-ouder zegt niets. Maar hij maakt de logistiek rond de vriendschap stilletjes kleiner.

Hij biedt niet aan om naar Mia te rijden. Hij laat Mia niet komen logeren. Hij stelt zelf geen speelafspraakjes voor. Voor de vorm is alles prima met de vriendschap, maar op zijn dagen krijgt die minder zuurstof dan andere vriendschappen.

Ben jij de ouder die de familie van Mia wel mag, dan zie je dat patroon misschien. Het voelt passief. Het is moeilijk om aan te kaarten, omdat er niets concreets is gebeurd.

Toch is dat gesprek de moeite waard, voorzichtig. Het valt me op dat [kind] in jouw weekenden weinig met Mia ziet. Ze is dol op Mia. Kunnen we even bespreken hoe dat zit?

Misschien had je mede-ouder niet door dat hij het deed. Of hij heeft een specifieke zorg die hij nog niet heeft uitgesproken. Hoe dan ook: het patroon benoemen opent het gesprek.

Dat gesprek is niet altijd in één keer klaar. Je mede-ouder heeft misschien tijd nodig om onder woorden te brengen wat hij voelt. Misschien komt hij er ook niet helemaal uit met zichzelf. Het doel is om het patroon zichtbaar te maken en bij te sturen, zodat de vriendschap van het kind in beide huizen even goed wordt gedragen.

Wanneer je mede-ouder een specifieke zorg heeft

Een ander geval. Je mede-ouder heeft een specifieke zorg over hoe het bij het vriendinnetje thuis gaat.

De oudere broer van Mia is bezig met [iets zorgelijks]. Ik wil niet dat onze dochter daar blijft slapen.

De ouders van Mia drinken stevig. Ik maak me zorgen over het toezicht.

Ik heb iets gehoord over een groter patroon in dat gezin. Ik wil voorzichtig zijn.

Zoiets verdient het om serieus genomen te worden. Het gesprek tussen de ouders is rustig en concreet.

De uitgangspunten.

Luister naar de specifieke zorg. Wuif het niet weg. Misschien pikt je mede-ouder iets op wat jij gemist hebt. Of misschien overdrijft hij. Hoe dan ook: hoor het aan.

Zoek het rustig uit, als dat kan. Vraag het andere ouders die je vertrouwt. Let op signalen in het gedrag van het kind na een bezoek. Kijk naar wat er echt is, niet naar de indruk die je hebt.

Stuur bij als het terecht is. Klopt de zorg, dan hoeft de vriendschap niet te stoppen. De logistiek kan zich aanpassen. Logeren kan alleen bij jullie thuis. Afspreken om te spelen ook alleen bij jullie thuis. De vriendschap gaat door; alleen de afspraken thuis veranderen.

Vinden beide ouders dat het echt om de veiligheid gaat, dan handelen ze samen. De vriendschap moet dan misschien afbouwen of veranderen. Het gesprek met het kind is op hoofdlijnen eerlijk, en past op om het vriendinnetje of haar familie niet zwart te maken. We hebben besloten dat je Mia voorlopig op school en bij ons thuis ziet. Soms zit het in een ander gezin net even niet goed om er te logeren.

Heeft maar één ouder die zorg en de ander niet, dan wordt het gesprek lastiger. Probeer precies boven tafel te krijgen wat de bezorgde ouder dwarszit. Kijk of het standhoudt. Soms is dat zo; soms niet.

Wanneer de familie van het vriendinnetje gewoon anders is

Het komt het vaakst voor. Er is geen echte zorg om de veiligheid. Het klikt gewoon niet tussen je mede-ouder en de familie van het vriendinnetje.

Het werk ligt hier bij je mede-ouder. Het ongemak is van hem. Het kind hoort er niet voor op te draaien.

Ben jij de mede-ouder in dit geval, dan helpen een paar dingen.

Merk het ongemak op. Benoem het voor jezelf. Ik vind de moeder van Mia luidruchtig. Dat mag. Dat maakt haar nog geen slecht mens.

Verwacht niet dat je de familie aardig gaat vinden. Dat hoeft ook niet. Je hoeft alleen neutraal te blijven rond het kind.

Vind de minimale beleefde toon voor de contacten die er nu eenmaal zijn. Voor het brengen en halen hoeven de volwassenen geen vrienden te zijn. Een beetje warmte is genoeg. Hoi, hier is ze. Om vier uur ophalen. Klaar.

Merk je dat je activiteiten gaat mijden omdat de familie van het vriendinnetje er zal zijn, vraag jezelf dan af of je aan het ontwijken bent. Bij sommige dingen heeft je kind je nodig, wie er verder ook komt. Wees er dan.

Wanneer de vriendschap vanzelf bekoelt

Een kanttekening. Vriendschappen op schoolleeftijd bekoelen soms. Tegen hun twaalfde is de hechte vriendschap van twee achtjarigen misschien verschoven. Er komen nieuwe vrienden bij. Het vriendinnetje dat je niet mocht, komt minder centraal te staan in het leven van het kind. Het patroon lost zichzelf op.

Versnel dat bekoelen niet. Ondermijn de vriendschap niet via de dynamiek tussen de ouders die hierboven staat beschreven. Laat de vriendschap leven of doodbloeden op haar eigen kracht.

Soms blijft ze leven. Mia en je dochter zijn op hun vijftiende nog steeds dik met elkaar. Het ongemak van je mede-ouder is gaan liggen in een rustig naast elkaar bestaan. De vriendschap heeft standgehouden.

Soms bekoelt ze. Er komen nieuwe vrienden. De sociale wereld van je dochter wordt groter. Mia is nog steeds een vriendin, maar niet meer het middelpunt. Het patroon waait over.

Hoe dan ook: het kind heeft een vriendschap gehad zonder dat de dynamiek tussen de volwassenen daarin de hoofdrol speelde.

Hoe het landt

Je mede-ouder vraagt Mia om aanstaande zaterdag mee te gaan naar de voetbalwedstrijd. Uit zichzelf. Hij rijdt Mia en je dochter naar de wedstrijd. Hij maakt bij het ophalen een luchtig praatje met de moeder van Mia. Hij had dit allemaal niet hoeven doen. Hij koos ervoor.

De keuze van je mede-ouder is klein. Het effect op het kind is echt. Haar beste vriendin werd behandeld als een gewone vriendin. Je mede-ouder deed het werk om zijn gevoel opzij te zetten, in elk geval voor die middag.

Jij ziet het. Je zegt er niets van. Je bent er stilletjes blij mee.

Het kind blijft dik met haar beste vriendin. Beide huizen dragen de vriendschap als onderdeel van haar leven. Geen van beide wordt het huis waar Mia welkom is en het andere het huis waar Mia dat niet is. Het kind groeit op met vrienden in beide huizen, gedragen door allebei de ouders.

Zo voelt het om vriendschappen op schoolleeftijd samen te begeleiden. De gevoelens van de volwassenen blijven bij de volwassenen. De vriendschappen van de kinderen krijgen de zuurstof die ze nodig hebben. Beide ouders doen het werk, ieder op hun eigen manier, om het zo te houden.

Dit is ondersteunende zelfhulp, geen medisch, psychologisch of juridisch advies, en geen vervanging voor een gekwalificeerde professional. Als jij of je kind in gevaar kan zijn, bel dan de lokale hulpdiensten.