dip
Koop een koffie
Module 07 · Geld & gedeelde kosten

Als de ene ouder meer verdient

By the dip team · Clinical consultant: Pauline Sam, MD ·

Alle leeftijden15 min lezen
Als de ene ouder meer verdient

Als de ene ouder meer verdient

Module 07 · Geld & gedeelde kosten · Artikel 08 · Wave 3 · alle leeftijden


Het is zondagavond. Je hebt net het maandbedrag voor de Pool ingevuld in je bankapp. Je staart een tel langer dan anders naar de knop overboeking bevestigen. Het bedrag is niet rampzalig. Het is gewoon echt. Het is een merkbaar deel van wat je deze maand op je rekening hebt staan.

Heel even denk je aan de rekening van je mede-ouder. Je weet niet precies wat daarop staat. Je weet wel dat zij flink meer verdient dan jij. Hetzelfde maandbedrag dat op jou drukt, staat op haar saldo als een kleiner, makkelijker getal.

Je drukt op bevestigen. Je sluit de app.

De volgende ochtend draag je een gedachte de dag in die je eigenlijk niet wilt benoemen. De Pool is fiftyfifty. Maar het gevoel van de Pool is niet fiftyfifty. Het gevoel van de Pool weegt veel zwaarder op de een dan op de ander.

Dit artikel gaat over die scheefheid. Wat je ermee doet. Hoe je erover praat. En waarom het goed krijgen ervan een van de meest ingrijpende beslissingen is die je voor je kind neemt.

Waar dit artikel over gaat

Dit artikel gaat ervan uit dat de Pool-structuur uit Artikel 01 al staat en dat je de basiscategorieën hebt doorgenomen. Het pakt de vraag op die de eerdere artikelen open lieten: hoe zouden de twee ouders de bijdragen eigenlijk moeten verdelen als hun inkomens heel verschillend zijn?

In Nederland zit een deel van die vraag al vast in een systeem. Vaak is er kinderalimentatie afgesproken in het ouderschapsplan of vastgesteld door de rechter, een maandbedrag dat van de ouder die meer verdient naar de ouder die minder verdient gaat. De Pool vervangt dat niet, maar ligt ernaast. Verderop kijken we hoe die twee zich tot elkaar verhouden, want dat verandert het gesprek.

Dit artikel valt in de categorie teder. Het raakt een plek die in gezinnen met twee ouders vaak onder onuitgesproken wrok ligt. Lees het rustig. De principes zijn simpel. Ze in de praktijk brengen kan tijd kosten.

Het behandelt een paar dingen. Waarom gelijke bijdragen eerlijk voelen maar het vaak niet zijn. Het proportionele model. Hoe kinderalimentatie en de Pool in elkaar passen. Het gesprek dat gevoerd moet worden. En wat je doet als het verschil groot is, of verandert, of voor een van jullie onrechtvaardig voelt.

Waarom gelijke bijdragen eerlijk voelen maar het vaak niet zijn

De neiging naar gelijke bijdragen is oprecht. We zijn allebei de ouders. We dragen allebei bij. Gelijk erin, gelijk eruit. Het principe heeft de aantrekkingskracht van vanzelfsprekende eerlijkheid.

Het heeft ook een verborgen prijs: het maakt de levensstandaard van het kind afhankelijk van in welk huis het toevallig is.

Stel je twee ouders voor, de een veel meer verdienend dan de ander. Ze verdelen de Pool gelijk. De Pool betaalt samen de schoolkosten, de medische kosten, de activiteiten, de kleding. Tot zover lijkt de levensstandaard van het kind in beide huizen hetzelfde.

Maar de Pool is niet het hele plaatje. Elk huis weerspiegelt ook wat die ouder zich kan veroorloven. Het huis van de ouder die meer verdient heeft de betere apparaten, het mooiere meubilair, de comfortabele vakanties. Het huis van de ouder die minder verdient is bescheidener. De Pool dekt de vaste behoeften. Hij dekt niet de textuur van het leven.

Je kind ervaart dit elke week, en beweegt tussen een huis met de ene textuur en een huis met de andere. Het contrast is constant. Kinderen merken het. Ze gaan het opslaan als welk huis van welke ouder het betere is, ook al hebben ze er nog geen woorden voor.

En er is iets ergers. Bij gelijke bijdragen wordt het huis van de ouder die minder verdient ook nog eens uitgeknepen door de verplichting aan de Pool. De Pool, die bedoeld is om het kind in beide huizen gelijk te steunen, kan het ene huis juist dunner maken. De ouder die minder verdient eet misschien minder, stookt minder, stelt reparaties uit, om de eigen helft van de Pool te betalen. Het huis van het kind is dan niet alleen vanzelf wat bescheidener. Het is actief armer door de manier waarop de Pool wordt gevuld.

Dit is wat gelijke bijdragen voelen eerlijk maar zijn het niet in de praktijk betekent. De schijn van eerlijkheid levert een uitkomst op die niet eerlijk is voor het kind.

Het is precies dit wat de Nederlandse kinderalimentatie probeert te ondervangen: de berekening kijkt naar wat het kind nodig heeft en naar wat elke ouder kan dragen, en legt het zwaartepunt bij wie meer verdient. Het systeem zegt eigenlijk hetzelfde als dit artikel: gelijk erin is niet hetzelfde als eerlijk voor het kind.

Het proportionele model

Het alternatief is proportionele bijdragen.

Het principe: de Pool wordt gevuld naar verhouding van wat elke ouder kan bijdragen. Wie meer verdient draagt meer bij. Wie minder verdient draagt minder bij. Het totaal dekt nog steeds de behoeften van het kind. Geen van beide huizen wordt door de verplichting aan de Pool in de problemen gebracht.

Er zijn twee manieren waarop gezinnen dit in de praktijk uitwerken.

Het inkomensverhouding-model. Tel de twee besteedbare inkomens bij elkaar op. Bereken het percentage van elke ouder van het totaal. Elke ouder draagt dat percentage van het maanddoel van de Pool bij. Verdient de ene ouder 60% van het gezamenlijke totaal, dan vult die 60% van de Pool. De ander vult 40%.

Belangrijk hierbij: reken met besteedbaar inkomen, niet met bruto en niet met het kale salaris. Dat is wat er overblijft na belasting en heffingen, mede bepaald door zaken als de arbeidskorting en het kindgebonden budget. Voor de meeste ouders met loondienst staat dat getal redelijk helder op de jaaropgave. Het inkomensverhouding-model is simpel, makkelijk opnieuw te berekenen als inkomens veranderen, en helder te verdedigen in een mediation of bij de rechter, mocht het ooit zover komen. Het gaat ervan uit dat beide ouders iets kunnen bijdragen; zit een van beiden op het bestaansminimum, dan moet het model worden bijgesteld.

Het besteedbaar-inkomen-model. Trek van elke ouder de essentiële vaste lasten af (huur of hypotheek, energie, eten, vervoer, de echte vaste kosten van een huishouden) van het besteedbaar inkomen. Wat overblijft is de echte ruimte die elke ouder heeft. De bijdragen aan de Pool komen daaruit, in gelijke verhouding tot wat elke ouder overhoudt.

Dit model is nauwkeuriger wat de echte draagkracht betreft. Het is lastiger om bij te houden (beide ouders moeten genoeg financiële informatie delen) en het vraagt een hogere basis van vertrouwen. Het gaat ook beter om met ongewone situaties: de ouder die meer verdient maar in een dure stad woont, of de ouder die minder verdient maar van wie de kosten door familie worden gedekt, kunnen allebei eerlijk worden ingeschat. In Nederland telt dat zwaarder dan je zou denken. Het verschil tussen huren en kopen in een krappe woningmarkt, of tussen Amsterdam en Groningen, maakt dat twee ouders met hetzelfde inkomen een heel verschillende ruimte overhouden.

Voor de meeste gezinnen is het inkomensverhouding-model genoeg. Voor gezinnen waar er een wezenlijk verschil zit in de woonlasten tussen de twee huizen, of waar een ouder bijzondere omstandigheden heeft, is het besteedbaar-inkomen-model de extra moeite waard.

Sommige gezinnen gebruiken een mengvorm: de inkomensverhouding als startpunt, en dan een kleine bijstelling voor bekende verschillen in de vaste lasten. 60–40 op inkomen, maar zijn huur is twee keer die van mij, dus we gaan naar 55–45. Dat is een redelijk gesprek.

Hoe kinderalimentatie en de Pool in elkaar passen

In Nederland staat de vraag van dit artikel zelden op een leeg vel. Vaak is er al kinderalimentatie. Bouw de Pool er dan bewust omheen, in plaats van te doen alsof het twee losse werelden zijn. Er zijn grofweg drie manieren waarop gezinnen dit regelen.

De alimentatie komt binnen en vult mee de bijdrage. De ouder die kinderalimentatie ontvangt zet de eigen bijdrage in de Pool, en de alimentatie helpt die te dekken. Dit komt veel voor als de ouder die meer verdient minder vaak bij het kind is.

De alimentatie gaat rechtstreeks de Pool in. De kinderalimentatie wordt overgemaakt naar de rekening van de Pool zelf, en beide ouders vullen vandaaruit verder aan. Structureel is dit de schoonste vorm: het geld voor het kind staat op de rekening voor het kind, en niemand hoeft het gevoel te hebben dat het over een persoonlijke rekening loopt.

Geen alimentatie vastgesteld, jullie regelen het zelf. Bij echt co-ouderschap met inkomens die dicht bij elkaar liggen, is er soms geen alimentatie afgesproken en werken ouders de proportionele bijdrage rechtstreeks uit. Dat kan prima, zolang de verdeling de draagkracht volgt en niet stilletjes terugzakt naar fiftyfifty.

Welke vorm je ook kiest, het principe blijft hetzelfde: het geld is van het kind, en de verhouding volgt de draagkracht. Houdt de alimentatie op te komen, dan regelt het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, het LBIO, de inning. Goed om te weten dat dat bestaat, maar laat het niet het hele gesprek kapen. De meeste gezinnen hebben het nooit nodig.

Eén ding nog, los van de alimentatie: de kinderbijslag en het kindgebonden budget. De kinderbijslag wordt door de SVB standaard aan één ouder uitbetaald; veel gezinnen met co-ouderschap vragen de SVB om die per kwartaal te wisselen of te splitsen. Het kindgebonden budget hangt af van het inkomen van de ontvangende ouder. Beide zijn bedoeld voor het kind, dus laat ze waar mogelijk de Pool in lopen, niet de persoonlijke rekening van een van de ouders.

Het gesprek dat gevoerd moet worden

Proportioneel bijdragen vraagt een gesprek over geld dat veel ouders na een scheiding lastiger vinden dan de bijdrage zelf.

Beide ouders moeten ongeveer weten wat de ander verdient.

In Nederland ligt dat vaak iets makkelijker dan elders. Salaris is hier minder taboe, en veel ouders kennen elkaars inkomen nog uit de jaren samen; de vraag is dan meer bijwerken dan onthullen. Toch blijft het gevoelig. Inkomen hangt vast aan identiteit, aan vergelijking, aan de geschiedenis tussen jullie. Je actuele getal benoemen, en naar dat van de ander vragen, kan ontblotend voelen op een manier die de praktische logistiek van mede-ouderschap niet heeft.

Een paar dingen maken het gesprek makkelijker.

Zie het als het bekostigen van het kind, niet als jezelf vergelijken. De getallen zijn geen referendum over wat een van jullie waard is. Ze zijn de invoer voor één specifieke berekening: hoe de Pool gevuld wordt. Het helpt om het gesprek strak te houden bij wat het kind nodig heeft en hoe we dat betalen.

Wees specifiek over wat je moet weten. Je hebt niet het volledige plaatje nodig. Je hebt het besteedbaar maandinkomen nodig. Niet het bruto salaris, niet de bonusgeschiedenis, niet het inkomen uit beleggingen, tenzij dat van betekenis is. Eén getal, actueel, waarmee je de verhouding kunt berekenen.

Beide ouders delen tegelijk. Vraag de ander niet om diens getal voordat je het jouwe deelt. Deel ze allebei op hetzelfde moment (hier is die van mij, wat is die van jou?) of maak er hetzelfde telefoontje van vijf minuten van (laten we samen even de laatste jaaropgave erbij pakken). De informatie beweegt symmetrisch.

Reken op een herziening. Inkomens veranderen. Salarissen gaan omhoog, banen gaan verloren of komen erbij, loopbanen verschuiven. De verhouding moet jaarlijks worden herzien, of zodra een van jullie een wezenlijke verandering heeft. Bouw dit in het jaarlijkse gesprek in. Artikel 02 schetste het patroon, en dit is het moment daarin waar het gesprek over de bijdrage plaatsvindt. Dan hoef je het niet apart ter sprake te brengen.

Als het gesprek niet kan plaatsvinden om emotionele redenen die groter zijn dan geld, dan is dat een kwestie voor Module 09, Mediation & hulp van buiten. Een mediator kan het gesprek helpen openen. Komt een ouder helemaal niet in beweging rond de financiële structuur, dan ligt het bij Artikel 12 van deze module, Wanneer geld het terugkerende thema wordt. Probeer er niet doorheen te beuken. Zoek een setting met een derde erbij als je die nodig hebt.

Als een van jullie ZZP'er of DGA is

Bij loondienst staat het getal redelijk vast. Bij een eigen onderneming niet. Voor een ZZP'er schommelt het inkomen van maand tot maand en van kwartaal tot kwartaal. Reken dan niet met één maand, maar met een voortschrijdend gemiddelde over een kwartaal, of beter nog over twaalf maanden. Eén goede of slechte maand mag de verhouding niet meteen omgooien.

Voor een DGA met een eigen bv ligt het nog iets ingewikkelder. Wat je jezelf uitkeert en wat je in de onderneming laat zitten, is deels een keuze. Het getal dat je voor de Pool gebruikt hoort redelijk te zijn, niet kunstmatig laag. De vraag is niet wat keer ik mezelf dit jaar uit, maar wat kan ik werkelijk dragen voor mijn kind. Wie hier scherp gaat zitten rekenen, ondermijnt precies het vertrouwen waarop de hele structuur rust.

Als het verschil groot is

In sommige gezinnen is het inkomensverschil klein. De ene ouder verdient 55% van het gezamenlijke totaal, de andere 45%. De proportionele bijstelling is mild. De ouder die minder verdient draagt iets minder bij. Niemand voelt zich noemenswaardig scheef behandeld.

In andere gezinnen is het verschil groot. De ene ouder verdient 80% van het gezamenlijke totaal, of 90%. Het proportionele model in zuivere vorm stuurt diezelfde scheefheid door. De ouder die meer verdient vult het grootste deel van de Pool. De ouder die minder verdient vult een klein deel, soms een heel klein. Soms kan de ouder die minder verdient alleen een symbolische bijdrage missen.

Bij een groot verschil doen twee dingen ertoe.

Waardigheid, niet symmetrie. Een ouder die 10% bijdraagt aan de Pool is niet minder ouder dan een die 90% bijdraagt. De bijdrage is geen maatstaf voor liefde of toewijding of betekenis. Het is een functie van draagkracht. Dit duidelijk tegen elkaar zeggen voorkomt dat het verschil een stille wond wordt.

Een ouder die meer verdient en 90% bijdraagt moet echt begrijpen dat dit de juiste uitkomst is, niet een gulle gunst. Een ouder die minder verdient en 10% bijdraagt moet echt begrijpen dat dit de juiste uitkomst is, niet een vernedering. Dat jullie dit allebei af en toe hardop zeggen, houdt de structuur gezond.

De Pool is geen liefdadigheid. Ook als het verschil groot is, vullen beide ouders dezelfde gedeelde missie. De ouder die meer verdient geeft niet aan de ouder die minder verdient. Die draagt bij wat hij kan aan het kind, in de verhouding die weerspiegelt wat hij heeft. De ouder die minder verdient ontvangt niet. Die draagt bij wat zij kan, in de verhouding die weerspiegelt wat zij heeft.

Dat kader doet ertoe. Zodra de Pool gaat voelen als de ene ouder die geeft en de andere die ontvangt, sijpelt alles binnen wat bij liefdadigheid hoort: verwachtingen van dankbaarheid, een machtsverschil, het langzame wegvreten van gelijkwaardig ouderschap. Het proportionele model is juist bedoeld om dit te voorkomen. Blijf terugkeren naar we bekostigen allebei het kind. Dit geldt net zo goed voor de kinderalimentatie zelf: die is geen geld dat de ene ouder aan de andere geeft, maar geld dat naar het kind gaat.

Als het verschil halverwege het jaar verandert

Inkomens staan niet stil. Iemands inkomen daalt plotseling. Iemand krijgt promotie. Iemand neemt ouderschapsverlof op. Iemand begint een onderneming die traag op gang komt.

Het proportionele model kan deze veranderingen opvangen als je het toelaat. Twee principes.

Meld het snel. Een ouder van wie het inkomen wezenlijk verandert (omhoog of omlaag met meer dan tien of vijftien procent) vertelt het de mede-ouder binnen twee weken. De melding is administratief: mijn inkomen is veranderd, hier is het nieuwe getal, dit lijkt mij de nieuwe bijdrage aan de Pool. Het is geen vraag om toestemming. Het is informatie die de structuur raakt. Bij een grote of blijvende verandering kan ook de vastgestelde kinderalimentatie herzien moeten worden; dat loopt via het ouderschapsplan of, als jullie er samen niet uitkomen, via de rechter.

Stel schoon opnieuw in. Als de verandering echt is en niet tijdelijk, herbereken dan de verhouding. Pas de bijdragen aan vanaf de volgende maandcyclus. Probeer niet eerdere maanden achteraf te verrekenen. Het principe van de Pool kijkt vooruit. Het verleden willen rechttrekken creëert zijn eigen lopende rekening.

Bij tijdelijke veranderingen (een verlof van drie maanden tussen banen in, een traag kwartaal voor een ZZP'er) kan de verhouding op het huidige getal worden bevroren, met een aanvulling van de ouder die meer verdient voor de duur ervan. Het gesprek: ik zit drie maanden tussen twee banen in. Ik blijf op mijn huidige niveau bijdragen, maar ik kan niet bijspringen als de Pool krap komt te zitten. Kun jij onverwachte dingen opvangen in die periode? Antwoord: ja, prima. Drie maanden later, als het inkomen terug is, hervat de structuur zich.

Als het onrechtvaardig voelt

Soms voelt de proportionele structuur onrechtvaardig voor een van de ouders. Wie meer verdient vindt dat die te veel draagt. Wie minder verdient voelt dat de eigen bijdrage wordt ondergewaardeerd. Beide gevoelens kunnen terecht zijn; beide maskeren soms ook iets anders.

Drie dingen om te checken als het gevoel aanhoudt.

Klopt de inkomensinformatie? Een van beide ouders werkt misschien met een verouderd of onvolledig plaatje. Ververs de getallen. Bij een ZZP'er of DGA is dit het eerste om naar te kijken, want daar verschuift het beeld het snelst.

Zijn er verborgen kosten? Als de ene ouder wezenlijk andere vaste lasten heeft (een chronische medische aandoening, de zorg voor een ouder familielid, financiële verplichtingen van vóór de scheiding, of nog lopende partneralimentatie), dan kan het inkomensverhouding-model de draagkracht echt verkeerd weergeven. Het besteedbaar-inkomen-model gaat hier beter mee om.

Gaat het gevoel eigenlijk wel over geld? Soms is het gevoel dat de Pool oneerlijk is een plek waar de rest van de relatie doorheen lekt. Wrok over de verdeling van de zorgtijd, over beslissingen van jaren geleden, over de scheiding zelf, kan zich hechten aan het meest aanwijsbare oppervlak dat er is, en dat is vaak de Pool. Als de rekensom klopt en het gevoel blijft, dan is het volgende gesprek geen geldgesprek. Het is het gesprek waar Artikel 12 van deze module, Wanneer geld het terugkerende thema wordt, over gaat.

Tot slot

Zondagavond, zes maanden later. Je hebt het maandbedrag voor de Pool ingevuld in je bankapp. Je staart een tel naar de knop overboeking bevestigen.

Het bedrag is anders. Het ging zes maanden geleden omhoog toen je mede-ouder de salarisverhoging kreeg, en het jouwe gelijk bleef, en de verhoudingen opnieuw werden berekend. Je draagt nu een kleiner percentage bij. Het bedrag dat elke maand van je rekening gaat is ook kleiner.

Je drukt op bevestigen. Je sluit de app.

Heel even denk je aan de rekening van je mede-ouder. Je benijdt niet wat daarop staat. Je weet dat de Pool eerlijk gevuld wordt. Je weet dat je kind in beide huizen heeft wat ze nodig heeft. Je weet dat de textuur van elk huis weerspiegelt wat elke ouder zich kan veroorloven, en dat het verschil echt is, en dat jij en je mede-ouder het samen zo klein hebben gemaakt als het hoefde te zijn.

Je zet een kop thee. De telefoon gaat terug op tafel.

De proportionele structuur is geen gevoel. Het is een getal. Het getal doet zijn werk op de achtergrond. Wat overblijft, op een zondagavond, is wat je met je avond doet.

En daar zijn zondagavonden voor.

Dit is ondersteunende zelfhulp, geen medisch, psychologisch of juridisch advies, en geen vervanging voor een gekwalificeerde professional. Als jij of je kind in gevaar kan zijn, bel dan de lokale hulpdiensten.