dip
Koop een koffie
Module 05 · Praten met je kind

Het gesprek over jouw nieuwe partner

By the dip team · Clinical consultant: Pauline Sam, MD ·

Alle leeftijden11 min lezen
Het gesprek over jouw nieuwe partner

Het gesprek over jouw nieuwe partner

Module 05 · Praten met kinderen · Artikel 12 · Wave 3 · alle leeftijden


Zaterdagochtend. Je negenjarige komt in pyjama naar beneden. Hij gaat aan de ontbijttafel zitten. Hij schenkt cornflakes in. Je hebt hem een paar dagen geleden verteld dat iemand met wie je sinds een tijdje bent, je nieuwe partner, dinsdag komt eten, zodat ze elkaar eindelijk echt leren kennen. Hij zegt, half in zijn kom, en mama dan?

Je stopt met melk inschenken. Je gaat zitten. Je vraagt of hij erover wil praten. Hij haalt zijn schouders op. Jullie ontbijten samen.

Dit artikel gaat over dat gesprek, en over de tientallen kleine gesprekken eromheen. Het gesprek over jouw nieuwe partner. Het is een van de meest beladen onderwerpen in de eerste twee jaar na een scheiding, en een van de meest bepalende voor hoe je kind zich op de lange termijn tot allebei zijn ouders verhoudt.

Wat je hierover zegt, doet ertoe. Wat je gezicht doet, doet ertoe. Wat je niet zegt, doet er het meest toe.

Dit artikel staat naast Module 11, Nieuwe partners & samengestelde gezinnen, dat de langere weg van samengaan beschrijft. Hier gaat het specifiek over hoe je er met je kind over praat.

Het principe

Je nieuwe partner gaat, vroeg of laat, een echte plek innemen in het leven van je kind. Mogelijk voor lange tijd. De vraag is niet óf diegene in het leven van je kind komt. De vraag is hoe je kind die plek een plek laat zijn.

Een kind dat van allebei zijn ouders de ruimte krijgt om zelf een band op te bouwen met de nieuwe partner, redt zich op de lange termijn veel beter dan een kind van wie de gevoelens over die nieuwe partner gekleurd worden door de gemoedstoestand van een ouder.

En er is nog iets, iets wat een kind soms hardop uitspreekt en vaker vanbinnen draagt. Je kind moet weten dat je nieuwe partner de andere ouder niet vervangt. Een nieuwe partner komt erbij, neemt geen plek af. Mama blijft mama. Papa blijft papa. Niemand wordt ingeruild.

Dat is het principe. Het werk, in dit artikel, is dat waarmaken in echte gesprekken.

Als het gesprek begint

Soms begin jij het gesprek, omdat je je kind wilt voorbereiden op een eerste kennismaking. Soms begint je kind erover, omdat er iets is opgevangen. Wie was die meneer in de gang? Komt die mevrouw nog een keer? Ben jij verliefd?

Hoe het ook begint, dit is het moment. Het eerste wat je zegt, legt de basis voor elk gesprek dat hierna over deze persoon volgt.

Wat niet werkt:

Een reactie van jezelf forceren. Speel geen blijdschap die je niet voelt, maar verstijf ook niet. Je kind kijkt naar je gezicht. Als je verkrampt, fronst, zucht of een andere kleur krijgt, slaat je kind dat op. Daarna begint je kind er nooit meer over zonder eerst te checken of je het emotioneel aankunt.

Te veel uitleg. Je hoeft de hele relatie niet te verantwoorden. Ik ben heel lang verdrietig geweest en nu heb ik eindelijk weer iemand en je moet weten dat dit niets met jou of met mama te maken heeft, het is gewoon... Een kind verdrinkt hierin. Houd het klein. Er is iemand die ik graag mag. Ik zou willen dat jullie elkaar leren kennen. Dat is genoeg.

Beloften over de toekomst. Je gaat diegene vast geweldig vinden. Jullie kunnen vast goed met elkaar opschieten. Het wordt een soort tweede moeder voor je. Dat zet je kind klem tussen verwachting en schuldgevoel. Je kind bepaalt zelf wat voor band er ontstaat met je nieuwe partner, op zijn eigen tempo.

Vissen naar instemming. Vind je het niet fijn voor me? Je gunt me dit toch wel? Je bent toch niet boos? Een kind dat dit hoort, leert dat het gevoelens moet hebben die jou geruststellen. Daarmee maak je van de nieuwe partner een probleem waar je kind iets bij moet voelen.

Wat wel werkt:

Een rustig gezicht. Laat je gezicht de gewone uitdrukking houden die het had. Speel geen kalmte als je niet kalm bent. Maar verkramp niet. Houd je gezicht hetzelfde als toen je kind je over zijn schooldag vertelde.

Kort en neutraal benoemen. Er is iemand die ik graag mag. Diegene zou jou graag leren kennen. Meer hoef je op dat moment niet te doen.

De deur openzetten, zonder druk. Als je er vragen over hebt, of er iets bij voelt, mag je het altijd zeggen. Het hoeft niet. En dan verder. Blijf er niet in hangen.

Een groot deel van het werk, zeker in het begin, is juist het uitblijven van een grote reactie. Je kind moet leren dat met jou praten over je nieuwe partner niet betekent dat het jouw reactie moet managen.

Je eigen gevoelens

Dit is het lastigste deel. Want het zijn niet alleen de gevoelens van je kind die meespelen. Ook jij voelt van alles: hoop, twijfel, schuld dat je verdergaat, angst dat je kind zich in de steek gelaten voelt, spanning over hoe de andere ouder zal reageren, het verdriet dat het oude gezin echt voorbij is.

Die gevoelens zijn echt. Ze verdienen aandacht. Ze verdienen alleen niet om verwerkt te worden waar je kind bij is.

Verwerk ze ergens anders. Met een vriend of vriendin. Met een therapeut. In een dagboek. Tijdens het wandelen. Onder de douche. Wat maar werkt. Niet aan de ontbijttafel. Niet onderweg naar school. Niet bij het naar bed brengen.

Dit is geen toneelspel. Je kind voelt waarschijnlijk best dat er van alles in je omgaat rond deze nieuwe situatie. Waar het om gaat, is dat je die gevoelens niet actief laat zien op momenten die om de verwerking van je kind zouden moeten draaien, niet om die van jou.

Met de tijd, en met werk, worden die gevoelens vaak zachter. Of in elk geval zo hanteerbaar dat ze het gesprek niet meer sturen. Dat werk telt, want hoe je kind zijn band met je nieuwe partner ervaart, hangt meer af van jouw rust dan van die partner zelf.

Wat je over je nieuwe partner zegt

Als je nieuwe partner een echte, bij naam genoemde aanwezigheid wordt in het leven van je kind, ga je er op enig moment iets over moeten zeggen. De uitgangspunten:

Zeg niets negatiefs over de andere ouder om jezelf beter te laten lijken. De verleiding is soms groot, juist als het tussen jullie schuurt. Bij papa is er nooit tijd voor je, bij ons wel. Doe het niet. Je kind hoort dan niet dat jij beter bent, maar dat er gekozen moet worden tussen jullie. En je nieuwe partner komt er bij je kind precies zo goed op te staan als jij de andere ouder heel laat.

Doe niet enthousiaster dan je bent. Je vindt diegene vast geweldig! voelt vals voor een kind. Het leert je kind dat jullie allebei iets moeten opvoeren rond dit onderwerp. Neutraal is beter. Ik vind het fijn dat jullie elkaar gaan ontmoeten. Ik hoop dat het leuk wordt.

Doe geen beloften over de band. Het wordt vast iemand bij wie je je helemaal thuis voelt. Jullie worden vast dikke maatjes. Daarmee zet je je kind klaar voor teleurstelling of schuldgevoel. Je kind bepaalt zelf wat voor band er ontstaat, op zijn eigen tempo.

Zeg wel dit. Ik wil dat je weet dat je diegene mag aardig vinden, mag leren kennen, de tijd mag nemen, of mag voelen wat je voelt. Je hoeft niks bepaalds te voelen. En dit verandert niets aan mama. Mama blijft gewoon mama. Je komt er vanzelf uit, en ik ben er, wat het ook wordt.

Die zin doet veel werk. Hij zegt: je mag het. Hij zegt: er is geen goed antwoord op wat je voelt. Hij zegt: ik vraag je niet om mijn gevoelens te managen. Hij zegt: de andere ouder blijft. En hij zegt: jij hebt het zelf in de hand.

Als je kind je nieuwe partner aardig vindt

Dit gaat gebeuren. Vaak al in de eerste maanden. Je kind vertelt dat het leuk was. Dat het samen pasta heeft gemaakt. Dat er een hond is. Dat het zaterdag langer mocht opblijven om samen een film te kijken.

De neiging, zeker als het ergens een snaar raakt, is om iets te zeggen wat de pret tempert. Logisch, diegene hoeft jou ook niet naar bed te sturen. Of om door te vragen op een manier die niet meer nieuwsgierig is maar controlerend.

Verkramp niet. Ga de strijd niet aan. Maak er geen grapjes over die stiekem iets anders zeggen. Wat leuk. Fijn dat er een hond is.

Meen het zo goed als je kunt. Een kind dat merkt dat allebei zijn ouders het van harte gunnen wat er goeds in zijn leven gebeurt, leert dat het de twee werelden niet gescheiden hoeft te houden. Een kind dat strijd voelt tussen jou en je nieuwe partner, leert iets giftigs: dat van iemand houden hetzelfde is als jou verraden. Dat gevoel houdt vaak jaren aan.

Als je kind je nieuwe partner niet aardig vindt

Ook dit gaat gebeuren. Soms terecht. Soms heeft je kind gewoon tijd nodig. Soms heeft je nieuwe partner iets concreets gedaan. Soms klikt het gewoon niet.

Als je kind vertelt dat het je nieuwe partner niet ziet zitten, luister dan. Geef het niet meteen gelijk. Wuif het niet weg. Zeg niet geef het wat tijd, dat komt wel goed. Luister gewoon.

Vertel daar eens wat meer over.

Wat maakt dat het zo voelt?

Als je kind iets vertelt wat zorgelijk is (je nieuwe partner was onaardig, deed iets ongepasts, deed iets waar je kind zich niet prettig bij voelde), volg dan het kader uit Praten met kinderen 10. Neem het serieus. Maar haal er ook niet ondoordacht van alles bij.

Meestal slijt de afkeer in de loop van maanden. Je nieuwe partner wordt een gewoon onderdeel van het leven van je kind, ook als het nooit echt warm wordt. Ik vind diegene niet geweldig, maar het is prima is een werkbare houding die een kind rond zijn tiende, elfde prima kan dragen. Dat is genoeg.

Als je kind te snel te enthousiast is

De omgekeerde situatie. Je kind praat over je nieuwe partner met een toewijding die niet in verhouding lijkt te staan. Diegene is echt de liefste die er bestaat. Ik wil het liefst de hele tijd hier zijn.

Dat hoeft geen probleem te zijn. Misschien voelt je kind een oprechte band met een lieve volwassene. Maar het kan ook een kind zijn dat ergens iets compenseert. Gemis van aandacht bij de andere ouder. Het gevoel niet helemaal gezien te worden. Het aanvoelen van een gat tussen de nieuwe levens van zijn ouders.

Reageer niet gekwetst. Ga de strijd niet aan. Maak het niet over jezelf. Fijn dat diegene zo lief voor je is. Ik vind het mooi dat je je daar fijn voelt.

En kijk dan. Over de maanden zakt dat felle enthousiasme meestal in tot iets wat meer in verhouding staat. Gebeurt dat niet, of lijkt het de band met jou of met de andere ouder te verdringen, haal er dan iemand bij die ernaar kan kijken.

Per leeftijd

De uitgangspunten blijven gelijk. De toon verschilt.

Vier tot zeven jaar. Bij een kind van vier draait de band met je nieuwe partner om gewenning en aanwezigheid, niet om begrijpen zoals een volwassene dat doet. Het gesprek is simpel. Dit is iemand die ik lief vind. Diegene is hier soms. En diegene wil jou graag leren kennen. Dat is de hele vorm. Laad het niet vol. Beloof niets. Kijk hoe je kind het doet bij de echte momenten samen.

Acht tot twaalf jaar. Een kind van deze leeftijd kan meer nuance aan, en stelt misschien scherpere vragen. Wordt diegene mijn stiefouder? Gaan jullie trouwen? Moet ik dan verhuizen? En wat als ik diegene niet leuk vind? Antwoord eerlijk, voor zover je het weet. Dat weet ik nog niet. Voor nu is het iemand die ik lief vind en die jij aan het leren kennen bent. En wat er ook gebeurt, mama blijft mama.

Dertien tot zeventien jaar. De tiener heeft de meeste eigen ruimte in deze band. Misschien wil je kind juist een hechtere band, misschien houdt het bewust wat afstand. Allebei is oké. Jouw taak is niet om die keuze te sturen. Jij bepaalt zelf wat diegene voor jou is. Ik respecteer wat je beslist. Module 04, Tienergedrag & zelfstandigheid, gaat dieper in op die behoefte aan eigen ruimte.

Als je nieuwe partner zelf kinderen heeft

Een veelvoorkomende, lastige situatie. Je nieuwe partner heeft eigen kinderen. Je kind krijgt er dan niet alleen een nieuwe volwassene bij, maar ook iets wat lijkt op nieuwe broers of zussen. Dat is precies waar een samengesteld gezin begint.

Vergelijk niet. Zijn zij liever dan jij? Vraag het niet. Krijgen zij meer aandacht dan jij? Vraag het niet. Nodig je kind niet uit om partij te kiezen.

Zeg wel dit. Dat zijn een hoop nieuwe mensen in één keer. Je hoeft niet meteen te weten wat je van iedereen vindt. Neem rustig de tijd. Vertel me hoe het gaat wanneer je maar wilt.

Je kind komt er wel uit. De meeste kinderen lukt dat binnen een jaar of twee. Hoe je samen naar een samengesteld gezin groeit, is het werk van Module 11, Nieuwe partners & samengestelde gezinnen.

Tot slot

Het gesprek over jouw nieuwe partner is niet één gesprek. Het is een reeks gesprekken, over maanden en jaren. De uitgangspunten herhalen zich. Een rustig gezicht. Korte antwoorden. Niets negatiefs over de andere ouder. Ga de strijd niet aan. Laat je kind jouw gevoelens niet dragen. Houd in beeld dat niemand wordt vervangen. Zet de deur open zonder druk.

De band tussen je kind en je nieuwe partner is van je kind zelf. Jij bewaakt die poort niet. Jouw rol is om het je kind zo makkelijk mogelijk te maken om die band te vormen, welke vorm hij ook krijgt, op zijn eigen tempo.

Zaterdagochtend. De ontbijtkom is halfvol. Je negenjarige is weer gaan eten. Je stelt geen extra vragen. Je eet je cornflakes. Na een tijdje zegt hij, misschien is het wel leuk. Je glimlacht. Je zegt fijn dat je dat zegt. Hij knikt. En tussendoor, bijna terloops, mama blijft toch gewoon mama, hè? Ja, zeg je. Altijd. Hij knikt weer. Het gesprek is begonnen, en het zal blijven doorgaan, in stukjes, over de jaren. Dit was het begin.

Dit is ondersteunende zelfhulp, geen medisch, psychologisch of juridisch advies, en geen vervanging voor een gekwalificeerde professional. Als jij of je kind in gevaar kan zijn, bel dan de lokale hulpdiensten.