dip
Koop een koffie
Module 03 · Schoolweek-routines

Het probleem van de heen-en-weermap

By the dip team · Clinical consultant: Pauline Sam, MD ·

4–78–127 min lezen
Het probleem van de heen-en-weermap

Het probleem van de heen-en-weermap

Module 03 · Schoolkindroutines · Artikel 04 · Wave 1 · 4-7, 8-12


Zondagavond. 20:15. Je bent de keuken aan het opruimen als je een groene map op het aanrecht ziet liggen, half open, met wat eruitziet als een schoolnieuwsbrief, drie werkbladen en een toestemmingsbriefje dat er scheef uitsteekt.

De map kwam vrijdag met je dochter mee naar huis. Hij ligt nu al twee dagen op het aanrecht. Morgen is het maandag. Morgenochtend moet de map weer in de tas, met de werkbladen af, het toestemmingsbriefje getekend en het leesschrift bijgewerkt.

Je hebt anderhalf uur voordat ze naar bed gaat. De helft van de spullen zegt je niets. Het leesschrift ligt bij het andere huis.

Dit is het probleem van de heen-en-weermap.

Dit artikel gaat over het wekelijkse stapeltje schoolspullen dat vrijdag mee naar huis komt en maandag weer terug moet. De heen-en-weermap. De schoolmap. De berichten via Parro of Social Schools. Hoe de school van je kind het ook noemt, het onderliggende probleem is hetzelfde. Informatie moet van school naar huis stromen en weer terug naar school, het kind gaat tussen vrijdagmiddag en maandagochtend meestal van het ene huis naar het andere, en zonder systeem gaat er tegen zondagavond een van drie dingen mis.

De oplossing bestaat uit drie delen. Het uitpakken op vrijdag. Het verdelen over het weekend. Het inpakken op zondag. Geen van drieën is moeilijk. Samen maken ze het verschil tussen een chaotische zondagavond en een maandagochtend die al klaarligt.

Het uitpakken op vrijdag

Het uitpakken op vrijdagmiddag is het belangrijkste kwartier van de schoolweek.

Wie het kind op vrijdagmiddag heeft, doet het. Of dat nou jij bent of je mede-ouder, de regel is dezelfde. De map komt uit de tas. Alles in de map wordt even bekeken. Wat moet maandag af zijn. Wat moet getekend worden. Wat is alleen ter info: de schoolnieuwsbrief, de jaarkalender, een fototoestemming voor volgende maand.

Het doorkijken kost de ouder die het doet een kwartier, minder als je kind erbij helpt. Aan het eind weet je, of weet je mede-ouder, drie dingen. Wat er dit weekend gedaan moet worden. Wat er dit weekend getekend moet worden. Wat gewoon in de map kan blijven liggen.

Het tegenovergestelde van het uitpakken op vrijdag is de ontdekking op zondagavond. De map blijft dicht op het aanrecht liggen tot acht uur 's avonds op zondag. Niemand kijkt erin. En dan, zondag om acht uur, doet iemand dat wél, en komen het werkblad en het toestemmingsbriefje en het leesschrift allemaal tegelijk tevoorschijn, en moet je kind over veertig minuten naar bed.

Dit is op te lossen. Vrijdagmiddag. Een kwartier. Wie het kind heeft, pakt uit.

Het verdelen over het weekend

De meeste kinderen met twee huizen brengen niet het hele weekend in één huis door. Ze zijn vrijdagnacht in het ene huis, zaterdag of zondag in het andere, soms zondagavond weer terug. Idealiter reist de map met ze mee.

Twee aanpakken werken.

De eerste aanpak. De map blijft het hele weekend in de schooltas. In welk huis het kind ook is, de map is erbij. Moet er zaterdagochtend een werkblad gemaakt worden, dan gebeurt dat in het huis waar het kind zaterdagochtend is. Moet er een briefje getekend worden en kan de ouder in dat huis dat tekenen, dan tekent die het. De map gaat overal mee. Het werk is voor wie er op dat moment is.

De tweede aanpak. De map wordt vrijdagmiddag bij het uitpakken verdeeld. De getekende briefjes en de werkbladen gaan met het kind mee. De dingen die alleen ter info zijn, de nieuwsbrief, de jaarkalender, blijven in het huis waar is uitgepakt. De map wordt lichter. Wat meereist, is precies wat ook echt mee móét.

De eerste aanpak is eenvoudiger als de verhouding tussen de huizen soepel is. De tweede aanpak is beter als de map zelf steeds zoekraakt, of als de huizen heel verschillend georganiseerd zijn.

Wat je niet wilt, is de derde aanpak, oftewel het ontbreken van een aanpak. De map blijft vrijdagmiddag in het ene huis. Het kind gaat vrijdagavond zonder map naar het andere huis. Zondagmiddag komt het kind terug in het eerste huis, waar de map nog steeds ongeopend ligt. Tegen zondagavond is de map minder dan de helft van het weekend bij het kind geweest. Het werk is niet gedaan.

De oplossing is om het vrijdagmiddag te beslissen. Map reist mee, of map wordt verdeeld. Kies er één. Houd het een schooltermijn vast.

Getekende briefjes en de deadline die niemand had doorgegeven

Een flink deel van de problemen met de heen-en-weermap zijn handtekeningproblemen.

De school stuurt een toestemmingsbriefje mee. Het briefje moet getekend worden. Het briefje moet maandag terug. De ouder in het huis waar de map op vrijdagmiddag ligt, tekent het, of niet.

Tekent die het niet, omdat de map niet is uitgepakt, of omdat je mede-ouder ook wil tekenen, of omdat er twijfel is over het uitje, dan moet het briefje in de loop van het weekend alsnog de handtekening van de andere ouder zien te krijgen. Vaak betekent dat dat de map moet reizen, of dat het briefje gefotografeerd en gemaild wordt, of dat de ouder wacht tot het wegbrengen op maandagochtend voor een snelle krabbel bij het hek.

De meeste schoolbriefjes mogen door een van beide ouders getekend worden. Vraagt jouw school om twee handtekeningen (zeldzaam bij iets als een uitje, vaker bij iets als een schoolwissel), regel dat dan vooraf met de school. Is de school tevreden met één, dan kan een van beide ouders tekenen. Maak dat expliciet, in jullie gedeelde beeld van hoe het werkt. Jullie mogen het allebei tekenen. Het briefje wacht niet op de tweede handtekening, tenzij de school daarom vraagt.

De handtekening waar mensen op vastlopen, is wanneer een ouder het gevoel heeft niet te kunnen tekenen zonder overleg met de mede-ouder. De school vraagt toestemming voor iets waar de ouder niet zeker over is. Een schooluitje op zaterdag naar een plek waar ze eerst meer over willen weten. Een fototoestemming voor promotiemateriaal van de school. Een toestemming voor een prik bij het bezoek van de schoolarts.

In die gevallen is het briefje een gesprek, geen handtekening. Maak een foto. Stuur die naar je mede-ouder. Ik twijfel hierover. Wat denk jij? Wacht op antwoord. Teken dan, of niet, op basis van het gesprek.

Wat je niet moet doen, is erop blijven zitten zonder iets te zeggen. De mede-ouder die er op dinsdag achter komt dat je niet hebt getekend en niet hebt verteld waarom, is de mede-ouder die het volgende ding tekent zonder jou te raadplegen.

Als de map zoekraakt

Eén keer per schooltermijn raakt de map zoek.

De klassieker. De map was het weekend bij het andere huis. Zondagnacht lag hij op het aanrecht. Maandagochtend zit hij niet in de tas. Of hij is blijven liggen, of hij is verplaatst en niemand weet waarheen, of het kind weet zeker dat hij in de tas zit, maar dat is niet zo.

Drie dingen helpen.

Ten eerste, als de map er maandagochtend niet is, stuur dan meteen een bericht naar je mede-ouder. Ga niet eerst zoeken. Doorzoek de tas niet drie keer. Stuur gewoon een bericht. Ik breng de kinderen weg. De heen-en-weermap zit niet in de tas. Ligt hij bij jou? Zo ja, mooi, dan maken jullie een plan om hem op te halen. Zo nee, dan gaat het zoeken door.

Ten tweede, accepteer dat een ontbrekende map op een maandag een klein probleempje is aan de kant van de school, niet aan de kant van het gezin. De juf of meester hoort dat de map kwijt is. De meeste leerkrachten hebben reservekopieën van wat erin zat. Het kind maakt het werkblad van de reservekopie. Het getekende briefje komt dinsdag. Het leesschrift wordt achteraf bijgewerkt, met de handtekening van de ouder erbij.

Ten derde, raakt de map vaker dan eens per schooltermijn zoek, kijk dan eens naar waar hij in het weekend ligt. Ligt hij het weekend op een aanrecht, waar hij verplaatst wordt? Of blijft hij in de tas, waar dat niet gebeurt? De map die in de schooltas woont, zoals een paspoort, raakt minder vaak zoek dan de map die naar een aanrecht en weer terug verhuist.

Tot slot

Zondag, 20:15. De map ligt half open op het aanrecht. Het uitpakken op vrijdag is er niet van gekomen. Het verdelen over het weekend is er niet van gekomen. Het inpakken op zondag gebeurt nu, in hoog tempo.

Deze zondag komt goed. Het werkblad is in twintig minuten af. Het briefje wordt getekend. Het leesschrift ligt bij het andere huis, maar je stuurt je mede-ouder een bericht en die vult de laatste twee dagen voor je in.

Wat je in de loop van weken opbouwt, is het automatisme van vrijdagmiddag. De map komt uit de tas. Het doorkijken van een kwartier gebeurt. Tegen vrijdag vijf uur weet je wat dit weekend nodig heeft.

Over drie weken wordt de ontdekking op zondagavond een controle op zondagavond. Zit er nog iets in de map? Nee. Goed, de tas in. Het probleem van de heen-en-weermap is geen probleem meer.

De map is iets kleins. Het systeem eromheen niet.

Dit is ondersteunende zelfhulp, geen medisch, psychologisch of juridisch advies, en geen vervanging voor een gekwalificeerde professional. Als jij of je kind in gevaar kan zijn, bel dan de lokale hulpdiensten.